Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.6.1.3
8.6.1.3 Financiële bijdrage
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480802:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Besluit mijnbouwschade Groningen, Stcrt. 2018, 6398; TCMG 26 april 2019.
‘NAM gaat in cassatie tegen uitspraak over immateriële schade’, RTV Noord 9 maart 2020.
Akkoord op Hoofdlijnen 2018.
Bestuursakkoord 2014, p. 6.
Bestuursakkoord 2014, p. 9.
Akkoord op Hoofdlijnen 2018, p. 7.
Programmakader 2019, p. 31.
HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278.
Verantwoordingsonderzoek EZK 2021, p. 65-66.
Handelingen II 2014/15 nr. 58, item 20, p. 35.
Kamerstukken II 2017/18, 33529, nr. 499; Verantwoordingsonderzoek EZK 2021, p. 65.
Zie bijvoorbeeld de toelichting van de Tijdelijke wet Groningen in Kamerstukken II 2018/19, 35250, nr. 3.
Financiële bijdragen vanuit de overheid zijn ingewikkeld in deze casus, omdat het kabinetsstandpunt is dat slechts de exploitant aansprakelijk is en daarmee op zal moeten draaien voor vergoedingen. Hoewel er op allerlei manieren overheidsgeld naar de regio gaat, gebeurde dit onder noemers als ‘verduurzaming’ en ‘regievoering’: ‘schadevergoeding’ werd alleen door NAM verstrekt tot de komst van de TCMG en IMG, waar de vergoeding van schade achter de schermen door de overheid met NAM werd verrekend. Tegelijkertijd werd door de jaren heen wel steeds ruimhartiger vergoed: zo werd door TCMG ook een vaste overlastvergoeding toegekend1 en zal IMG vergoedingen voor immateriële schade toekennen, terwijl NAM bij de Hoge Raad in cassatie bestrijdt dat dit op zijn plaats is.2 In principe werden ook kosten voor versterking geacht binnen de aansprakelijkheid van NAM te vallen.3 De versterking werd tot 2020 uitgevoerd door CVW, dat in opdracht van NAM handelde en kosten door belastte. Per 2020 vormde de NCG de publieke uitvoeringsorganisatie, maar de kosten van versterking bleven verhaald op NAM.4 Het Rijk gaf eind 2020 aan € 1,42 miljard aan aanvullende maatregelen in te zetten om de versterking voortvarender te laten plaatsvinden en niet terug te komen op afspraken met en beloftes aan bewoners omwille van vernieuwde veiligheidsinzichten.5 De leefbaarheidsmaatregelen toonden het meest gemengde beeld wat betreft financiering. Voor het leefbaarheidsprogramma van 2014-2018 was € 60 miljoen afkomstig van NAM,6 en € 25 miljoen van budget dat provincie en gemeenten reeds voor leefbaarheid hadden gereserveerd.7 Voor het vervolg via het Nationaal Programma Groningen werd € 1,15 miljard beschikbaar gesteld door het Rijk,8 inclusief een bijdrage van NAM van in totaal € 500 miljoen.9 Daarnaast dienen projecten in de programma’s gebruik te maken van (regionale) cofinanciering.10 Samenvattend kwam de meerderheid van het budget van leefbaarheidsmaatregelen tot 2019 vanuit NAM, terwijl via het NPG zowel door NAM als het Rijk zal worden geïnvesteerd.
De financiële verrekening tussen overheid en NAM zal voortduren zo lang de schadeafhandeling en versterking lopen. NAM heeft medio 2021 bezwaren aangegeven bij bepaalde beleidsbeslissingen, zoals de toepassing van het bewijsvermoeden; het is mogelijk dat de Staat, eventueel na juridische procedures, ook bij zal dragen aan de schadevergoeding.11 Hoewel hier tot nu toe niet over is geschreven, is het tevens voorstelbaar dat de aansprakelijkheid van staatsdeelneming EBN12 in de onderhandelingen en afspraken tussen NAM en Staat een rol heeft gespeeld. Reeds droeg de Staat bij als een juridische basis ontbrak voor verhaal, zoals de bovengenoemde € 1,42 miljard aan aanvullende middelen voor versterking of de bijdrage van ruim € 15 miljoen aan de Stuwmeerregeling.13 De Algemene Rekenkamer constateerde dat verhalen van de kosten op NAM ervoor zorgde dat geld onvoldoende doelmatig werd besteed: de proces- en uitvoeringskosten van schadeherstel via het IMG – omdat voor verhaal precies moest worden vastgesteld hoeveel schadeherstel kost – waren volgens de Rekenkamer disproportioneel.14
Tot slot droeg de Staat op nog een laatste indirecte wijze bij aan het schadebeleid. Omdat NAM de uitgekeerde vergoedingen als kosten opvoerde en hierdoor lagere winst behaalde, liep de staatskas al geld ‘mis’. Zo beredeneerde minister Kamp: ‘Omdat het grootste deel van de winst naar het Rijk gaat, neemt het Rijk via die omweg een groot deel van de kosten voor zijn rekening.’15 Tot 2018 ging dit om 64% van de kosten. De nieuwe afspraken na het Akkoord op Hoofdlijnen van dat jaar zorgden dat het Rijk relatief meer bijdroeg: ongeveer 73% van de kosten worden sindsdien door de Staat gedragen.16 Bovendien kreeg het Rijk door de jaren heen veel minder gasbaten door de verminderde gaswinning, zeker gezien het vroegtijdig beëindigen van de gaswinning betekent dat niet het hele Groningenveld zal worden gebruikt.17 Het is opmerkelijk dat de Staat zelden aandacht vestigde op de financiële bijdrage die zij aan het schadebeleid leverde, omdat dit vanuit Groningers zou kunnen worden gezien als erkenning van de rol die het Rijk heeft gespeeld. De verklaring lijkt te liggen in het willen voorkomen van precedentwerking – de aansprakelijkheid moet bij de exploitant blijven liggen, zoals opgesteld in de Mijnbouwwet en het BW – en het daarbij horende uitgangspunt ‘de veroorzaker betaalt’,18 hoewel deze redenering op losse schroeven staat gezien de enorme aardgasbaten en de inmiddels door de Hoge Raad bekrachtigde aansprakelijkheid van staatsdeelneming EBN. De aankondiging van € 1,42 miljard aan aanvullende maatregelen voor de versterking leek een trendbreuk, aangezien deze financiële bijdrage van overheidswege juist werd benadrukt.