Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.8.1
15.2.8.1 Inleiding
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368851:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Nieuwe Weme/Van Solinge 2008, p. 69.
Een bijkomend argument is dat ook de minderheidsaandeelhouders die – om hen moverende redenen – niet op het bod zijn ingegaan, beschermd zijn tegen machtsmisbruik door de grootaandeelhouder via de waarborgen van de uitkoopprocedure en de op de grootaandeelhouder rustende (bijzondere) zorgplicht, zie hierover nader Van der Korst 2008, p. 853 e.v.
Zie Marccus/CEPS 2012 – Takeover Bids Directive Assessment Report, p. 144-146 en Nieuwe Weme 2004, p. 160-161.
De AFM heeft begin 2010 een standpunt geformuleerd terzake, zie “Voortzetten van een uitgebracht vrijwillig openbaar bod als een verplicht bod”, <www.afm.nl>. Zij staat toe dat het vrijwillige bod wordt voortgezet als een verplicht bod, mits is voldaan aan een zestal voorwaarden. Per 1 juli 2012 geldt bovendien de wettelijke regel dat indien een verplicht bod is aangekondigd, een reeds door de bieder uitgebracht openbaar bod van rechtswege vervalt, tenzij de bieder mededeelt dat het uitgebrachte bod wordt voortgezet als een verplicht bod (art. 5b Bob Wft).
Er bestaat een vrijstelling van de biedplicht indien overwegende zeggenschap wordt verkregen door gestanddoening van een openbaar bod (art. 5:71 lid 1 sub b Wft). Volgens deze vrijstelling is art. 5:70 lid 1 Wft niet van toepassing op degene die:
“b. overwegende zeggenschap verkrijgt door gestanddoening van een openbaar bod dat was gericht tot alle aandelen van een naamloze vennootschap of tot alle met medewerking van een vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen van de naamloze vennootschap, indien hij als gevolg van de gestanddoening meer dan 50 procent van de stemrechten in de algemene vergadering van de naamloze vennootschap kan uitoefenen;”
De gedachte is dat minderheidsaandeelhouders reeds een billijke exit hebben gehad en een biedplicht derhalve niet nodig is.1 ,2 Om die reden voorzien ook de Overnamerichtlijn (art. 5 lid 2) en alle onderzochte landen in een dergelijke vrijstelling.3
In het onderstaande worden de reikwijdte (§ 15.2.8.2) en toepassingsvoorwaarden (§ 15.2.8.3) geanalyseerd, met uiteraard bijzondere aandacht voor acting in concert-kwesties. De mogelijke samenloop tussen een vrijwillig en een verplicht bod, indien gedurende het bod overwegende zeggenschap wordt verworven, laat ik buiten beschouwing.4