Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/2.2.1
2.2.1 In werking treden en gelden
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS412598:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3 Bkw.
Aanwijzing 175 AR.
.Stb. 2005, 115.
In de praktijk wordt hier wel anders mee omgegaan. Zie b.v Hof ’s-Hertogenbosch 21 november 2007, nr. 05/0005, V-N 2008/21.2.2; tegen deze uitspraak is beroep in cassatie ingesteld.
Het feit dat vaak werd bepaald dat de wet met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst in werking treedt, werd veroorzaakt door de voorschriften die zijn gesteld in de Tijdelijke referendum-wet. Deze wet is met ingang van 1 januari 2005 vervallen. Een tweemaandstermijn komt overigens niet overeen met de redelijke invoeringstermijn die wordt gehanteerd bij VVM, zie par. 9.5.2.2.
Vanaf 1 januari 2009 worden twee vaste inwerkingtredingsdata gehanteerd: 1 januari en 1 juli, zie par. 9.5.2.2.
Denk in dit verband bijvoorbeeld aan de inwerkingtreding van het Belastingplan van een jaar dat in de regel eind december in het Staatsblad wordt geplaatst.
In plaats van in werking treden of gelden wordt ook wel de term ‘van kracht worden’ gebruikt. Ik beperk mij tot de eerste twee genoemde termen.
Het inwerkingtredingsmoment kan overigens wel voor verschillende artikelen uit de wet uiteenlopen.
Zo ook Haazen 2001, p. 82.
Een wetsvoorstel wordt pas ‘wet’ nadat het door de regering is bekrachtigd (art. 87 lid 1 Gw). Op dat moment kan echter nog geen beroep worden gedaan op de nieuwe regel. De nieuwe wet kan op grond van art. 88 Gw namelijk niet eerder in werking treden dan het moment waarop zij is bekendgemaakt. De bekendmaking van een nieuwe wet geschiedt door plaatsing in het Staatsblad.1 In de Aanwijzingen voor de regelgeving is bepaald dat de inwerkingtredingsdatum in elk geval ligt ná het tijdstip van de feitelijke verkrijgbaarstelling van het Staatsblad.2 In uitzonderlijke gevallen ligt de publicatiedatum evenwel ná de inwerkingtredingsdatum. Voor die situatie schrijft aanwijzing 180 lid 1 onderdeel d AR voor dat terugwerkende kracht aan de wet moet worden gegeven. Opvallend is dat bij de inwerkingtreding van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/ prepensioen en introductie levensloopregeling niet op deze wijze is gehandeld.
Deze wet is op 24 februari 2005 in het Staatsblad geplaatst, terwijl de tekst van art. XVI spreekt over inwerkingtreding op 1 januari 2005, zonder dat expliciet is voorzien in terugwerkende kracht3
Het moment van bekrachtiging of bekendmaking van een nieuwe wet is naar mijn mening niet gelijk aan het moment waarop een wet in werking treedt.4 Art. 7 Bkw bepaalt dat, als een nadere aanduiding in de wet ontbreekt, de wet in werking treedt met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van bekendmaking.5 Omdat diverse belastingen samenhangen met een tijdvak, kan deze hoofdregel van in werking treden tot praktische problemen leiden. Om die reden wordt in belastingwetten vaak een nadere aanduiding van de inwerkingtreding opgenomen in de vorm van een concrete inwerkingtredingsdatum, die dan meestal ligt op 1 januari.6 Ook wordt dikwijls bepaald dat de wet in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen datum.
In veel gevallen beloopt de periode tussen publicatie in het Staatsblad en de inwerkingtredingsdatum minder dan de in art. 7 Bkw genoemde periode van ten minste twee maanden.7 Het is echter ook mogelijk dat de periode tussen bekendmaking en inwerkingtreding juist meer dan twee maanden bedraagt. Dit wordt ook wel uitgestelde inwerkingtreding genoemd.
De inwerkingtreding van een wet is niet meer dan een tijdsaanduiding en wordt hierna daarom ook wel het inwerkingtredingsmoment genoemd. Vanaf het moment waarop een wet in werking is getreden, geldt de wet.8 De gelding van een wet houdt in dat de regels uit die wet bindend zijn. Anders gezegd, duidt het begrip ‘gelding’ de periode aan waarin de wet ‘het voor het zeggen heeft’. De gelding van een wet vloeit automatisch voort uit het inwerkingtredingsmoment en is derhalve niet variabel.9 Vanaf de inwerkingtreding geldt de wet en daarvóór niet.
Op het moment waarop een wet wordt ingetrokken verliest zij uiteraard haar gelding. Door het overgangsrecht kan een eenmaal ingetrokken wet echter nog wel werken en/of van toepassing zijn.10 Hiervan is bijvoorbeeld sprake ingeval de wetgever bij een nieuwe wet gebruikmaakt van uitgestelde werking (par. 2.6) of eerbiedigende werking (par. 3.4).
Uitgaande van de aanpassing van de landbouwvrijstelling, zoals beschreven in bijlage A, kunnen de begrippen ‘in werking treden’, ‘inwerkingtredingsmoment’ en ‘gelden’ schematisch als volgt worden weergegeven: