Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/7.4
7.4 Toekomstige intrekking
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250267:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Beckman 1995a, p. 544 en Kiersch – T&C Burgerlijk Wetboek, art. 2:404 BW, aant. 2.
Beckman 1987, p. 532, Koning 1991, p. 28, Bartman, Dorresteijn & Olaerts 2020, p. 220 en Kiersch – T&C Burgerlijk Wetboek, art. 2:403 BW, aant. 1 (zie § 5.2.3).
Aangezien de intrekkingsverklaring al eerder is gedeponeerd, kan de moedermaatschappij op de genoemde datum meteen tegenover een crediteur een beroep doen op de intrekking. Zie § 7.2.3.
Zie § 7.2.4.
Zie § 7.5.
Beckman 1995a, p. 541. Vgl. Ramanna 2008, p. 19 en Van der Kraan 2012, p. 56, die deze opmerking onderschrijven, maar van mening zijn dat een 403-verklaring met een einddatum tevens geldt als een intrekkingsverklaring (zie § 7.5).
Een moedermaatschappij kan in de intrekkingsverklaring opnemen dat de 403-verklaring op een bepaalde datum in de toekomst wordt ingetrokken.1 Dit is vergelijkbaar met een toekomstige ingangsdatum in een 403-verklaring.2 In beide gevallen neemt de moedermaatschappij in de desbetreffende verklaring op dat deze pas effect heeft vanaf de genoemde datum.3 Het in de intrekkingsverklaring opnemen dat de 403-verklaring op een bepaalde datum in de toekomst wordt ingetrokken, moet overigens worden onderscheiden van het opnemen van een einddatum in de 403-verklaring.4 In het laatste geval stelt de moedermaatschappij zich op grond van de 403-verklaring aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij tot een bepaalde datum verricht. Door het verstrijken van de einddatum is de 403-verklaring echter niet ingetrokken – ik kom hier later op terug.5
Als de moedermaatschappij in de intrekkingsverklaring opneemt dat de 403-verklaring op een bepaalde datum in de toekomst wordt ingetrokken, betekent dat niet dat zij de 403-verklaring niet alsnog op een eerder moment kan intrekken. Zij moet dan een nieuwe intrekkingsverklaring deponeren die de eerdere intrekkingsverklaring – met toekomstige intrekkingsdatum – vervangt. Het kan onder meer van belang zijn om de 403-verklaring eerder in te trekken als de moedermaatschappij de aandelen in de 403-maatschappij vóór de genoemde intrekkingsdatum wil overdragen aan een derde. Zij zou anders aansprakelijk blijven voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij – tot de intrekkingsdatum – verricht, terwijl zij geen doorslaggevende zeggenschap meer heeft ten aanzien van de 403-maatschappij. Voor de duidelijkheid kan een moedermaatschappij in de intrekkingsverklaring met een toekomstige intrekkingsdatum opnemen dat de 403-verklaring alsnog op een eerder moment kan worden ingetrokken – door de deponering van een nieuwe intrekkingsverklaring.6
Om de datum te achterhalen waarop de 403-verklaring wordt of is ingetrokken, zal een crediteur bij het handelsregister de intrekkingsverklaring moeten opvragen. Het kan gebeuren dat een crediteur bij het handelsregister alleen nagaat óf de moedermaatschappij een intrekkingsverklaring heeft gedeponeerd, zonder dat hij de verklaring zelf opvraagt om te controleren of in deze verklaring een (toekomstige) intrekkingsdatum is opgenomen. Hij gaat er dan ten onrechte van uit dat de 403-verklaring al is ingetrokken. Dit is echter geen groot bezwaar. Als de crediteur besluit om een overeenkomst met de 403-maatschappij aan te gaan – in de veronderstelling dat de 403-verklaring al is ingetrokken – ondervindt hij daarvan geen nadeel. Als hij er naderhand achter komt dat de 403-verklaring op dat moment toch nog niet was ingetrokken, weet hij dat hij zich ook op de moedermaatschappij kan verhalen.