Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.3.2
2.3.2 Argument 2: Principieel
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661606:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Feteris 2007, p. 65; Gribnau 2013, p. 96.
Zie Van de Sande 2019; Van de Sande 2018; Schlössels en Zijlstra 2017 (o.a. par. 1.2.2.2, punt 26); Oldenziel 1998; Scheltema 1997; Marseille 1993; Dijkstra 1991; Wopereis 1996.
Vgl. Scheltema 1997, p. 6; Van de Sande 2019, p. 52 (‘een rechtsstatelijke kerntaak van de overheid’).
Zie Van de Sande 2019, par. 2.3.1 en aldaar aangehaalde literatuur.
In normatief opzicht wordt het bestaan van de voorlichtende taak van de Belastingdienst in de fiscale literatuur vaak gerelateerd aan de behulpzaamheid die van de Belastingdienst mag worden verwacht gegeven de complexiteit van fiscale wet- en regelgeving.1 De voorlichtende taak heeft dus een normatieve oorsprong: de Belastingdienst moet én hoort voorlichting te geven. Daarmee is echter nog niet duidelijk in welke juridische basis die taak zijn grond vindt.
Mijns inziens kan de normatieve basis van de voorlichtende taak worden ingebed in de rechtsstatelijke beginselen. Zoals hierboven besproken, wordt overheidsoptreden ten opzichte van de burger beheerst door het kader van de rechtsstaat, óók als het gaat om voorlichting door de Belastingdienst (paragraaf 2.2). Daarom bespreek ik de principiële reden voor het bestaan van de voorlichtende taak van de Belastingdienst aan de hand van de rechtsstatelijke beginselen, waarbij ik de vier door Scheltema onderscheiden beginselen als leidraad neem (paragraaf 2.3.2.1 e.v.). Bovendien geven de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en behoorlijkheidsnormen van de Nationale Ombudsman een norm voor het bestuur, waaruit ook voorlichtingsplicht kan voortvloeien (paragraaf 2.3.2.6). Zoals hierna zal blijken, zijn diverse principiële aspecten bij voorlichting (bijvoorbeeld behulpzaamheid, rechtszekerheid, noodzaak, openheid) goed in dit kader te plaatsen. Daarmee wordt duidelijk waarom de Belastingdienst voorlichting ‘hoort’ te geven.
Voor het belastingrecht kan inspiratie worden ontleend aan de staats- en bestuursrechtelijke literatuur, nu daar meer theorievorming ten aanzien van de principiële kant van overheidsvoorlichting beschikbaar is.2 In die literatuur wordt informatieverstrekking door de overheid aan burgers beschouwd als ‘overheidstaak’,3 met name uit oogpunt van het rechtsstatelijke rechtszekerheidsbeginsel.4 Dit beginsel zal hierna dan ook relatief uitgebreider worden behandeld dan de andere drie rechtsstatelijke beginselen als grondslagen voor de voorlichtende taak.
2.3.2.1 Voorlichtende taak op grond van het rechtszekerheidsbeginsel2.3.2.2 Juridische kanttekeningen bij voorlichting in het kader van rechtszekerheid2.3.2.3 Voorlichtende taak op grond van het gelijkheidsbeginsel2.3.2.4 Voorlichtende taak op grond van het democratiebeginsel2.3.2.5 Voorlichtende taak op grond van het beginsel van de dienende overheid2.3.2.6 Voorlichtende taak op grond van beginselen van behoorlijk bestuur