Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.8:5.8 ‘onwaardig’ buiten de wettelijke onwaardigheidsgronden
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.8
5.8 ‘onwaardig’ buiten de wettelijke onwaardigheidsgronden
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859089:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Barbaix 2018, p. 425-426 en Dekkers e.a. 2018, p. 14. Zie over de redelijkheid en billijkheid in Nederland par. 2.7.
Puelinckx-Coene, Erfrecht 1996, p. 83. Vgl. ook Willems & Taillieu, T.Not. 2013, nr. 10, p. 518.
Parl.St. Kamer 2012/13, nr. 53-2388/002, p. 10.
Parl.St. Kamer 2012/13, nr. 53-2388/002, p. 10-11 en Casman 2013, p. 10.
Parl.St. Kamer 2012/13, nr. 53-2388/002, p. 11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 4.6 BBW bevat een limitatieve opsomming van gevallen die tot onwaardigheid (kunnen) leiden. Indien niet aan de daarin opgesomde vereisten wordt voldaan en verdragsconforme interpretatie ook geen uitkomst biedt, blijft onwaardigheid buiten beeld, hoe verwerpelijk de gedraging ook moge zijn. Een correctie op grond van de redelijkheid en billijkheid, zoals Nederland die kent, is niet mogelijk.1
Puelinckx-Coene merkt jaren geleden reeds op dat een gebrek aan beoordelingsbevoegdheid nuancering onmogelijk maakt. Naast uitbreiding van de onwaardigheidsgronden pleit zij ervoor om beoordelingsbevoegdheid toe te kennen aan de rechter.2 Bij de hervorming van het erfrecht in 2012 is de wetgever hier niet in meegegaan. Rechtszekerheid blijft voor de wetgever prevaleren. Wel is tijdens de parlementaire behandeling nog de vraag opgeworpen wat er zal gebeuren bij geweld dat niet gepleegd wordt tegen de erflater (bijvoorbeeld een van de ouders), maar tegen een mede-erfgenaam (een broer of zus). In die gevallen, zo werd gezegd, kan de misdraging de dader erfrechtelijk een moreel onaanvaardbaar voordeel opleveren, omdat deze in sommige gevallen zijn eigen aandeel in de erfenis vergroot. Gedacht kan worden aan het geval dat de broer of zus zonder afstammelingen, wordt omgebracht. Andere situaties zijn daarbij ook voorstelbaar, waarbij nog is gewezen op alle situaties waarbij een erfenis verdeeld wordt over meerdere mede-erfgenamen waarvan een moreel ‘onwaardig’ is wegens feiten die hij ten aanzien van een andere mede-erfgenaam heeft gepleegd, bijvoorbeeld omdat hij diens overlijden heeft veroorzaakt.3
Casman antwoordt hierop dat de vraag onderzocht is naar de afbakening van de onwaardigheidsgronden. Tot nader orde gaat het alleen over gedragingen gepleegd tegen de erflater. Hierbij is aangetekend dat het vraagstuk van gedragingen tegen anderen dan de erflater wellicht ook nader beraad verdient, maar dat ligt buiten het bereik van de wetgevingsoperatie in 2012.4 De minister van Justitie bevestigt vervolgens dat de keuze om de regeling van onwaardigheid vooralsnog niet uit te breiden tot andere hypotheses dan die waarin de feiten rechtstreeks tegen de erflater zijn gepleegd niet a priori betekent dat niet kan worden nagedacht over een eventuele uitbreiding van de regeling tot andere hypotheses. De minister vervolgt dat alle mogelijke gevallen dan in aanmerking moeten worden genomen, waarbij vervolgens alles in voldoende duidelijke regels moet worden neergelegd, zodat een coherent geheel ontstaat en de zaken niet overdreven ingewikkeld worden gemaakt. Een dergelijke wetswijziging valt buiten het bestek van de hervorming in 2012.5
Zolang gedragingen tegen anderen dan de erflater niet door de wet met onwaardigheid worden gesanctioneerd, blijft de dader in dat kader civielrechtelijk buiten schot en kan zonder restricties als erfrechtelijke verkrijger opkomen. Dat betekent dat de misdraging de dader voordeel kan opleveren als hij daardoor in een andere nalatenschap een groter erfdeel verkrijgt, zoals hiervoor met een voorbeeld is toegelicht.