Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.2.4.1
4.2.4.1 Inhoud en aard
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS388592:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Uit de memorie van toelichting blijkt dat toezending van het standpunt met de oproeping dient te gebeuren. Zie Kamerstukken II 2008/09, 31 877, nr. 3, p. 1.
Kamerstukken II 2009/10, 31 877, nr. 5, p. 26. De termijn van dertig dagen is geen vast gegeven. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de invulling van het begrip ‘tijdig’ afhankelijk is van de omstandigheden van het geval en in de regel het beste door de vennootschap kan worden bepaald. Daarbij dient als uitgangspunt te gelden dat de ondernemingsraad zoveel tijd moet worden gegund dat hij redelijkerwijs in staat is een standpunt over het voorstel in te nemen, dat standpunt schriftelijk te verwoorden en eventueel in overleg te treden met de opstellers.
Het bestuur en de raad van commissarissen hebben op grond van de artt. 2:109 jo. 2:114 BW het recht de aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen en een agenda op te stellen waarop onder meer een benoeming kan worden opgenomen. De aandeelhouders kunnen op grond van art. 2:144a BW aanvullende agendapunten indienen. Indien een aanvullend agendapunt ziet op de benoeming, is het spreekrecht eveneens van toepassing.
Kamerstukken II 2008/09, 31 877, nr. 3, p. 7 en 14.
Kamerstukken II 2009/10, 31 877, nr. 5, p. 22.
Het spreekrecht heeft als doel de algemene vergadering inzicht te bieden in hetgeen leeft binnen de onderneming. Dit inzicht moet bijdragen aan een evenwichtige besluitvorming en het creëren van een draagvlak onder de werknemers voor door de algemene vergadering te nemen benoemingsbesluiten. Voor de aanduiding van het spreekrecht hanteert de wet het begrip ‘standpunt’. Dit begrip stemt overeen met art. 2:161a/271a BW dat de ondernemingsraad het recht geeft zijn standpunt te bepalen over de collectieve heenzending van de voltallige raad van commissarissen dan wel niet-uitvoerende bestuurders bij een structuurvennootschap.
Het standpunt van de ondernemingsraad wordt gelijktijdig met het benoemingsvoorstel aan de algemene vergadering aangeboden.1 Om tot gelijktijdige toezending over te kunnen gaan, dient de ondernemingsraad tijdig in de gelegenheid te worden gesteld zijn standpunt te bepalen. De wet voorziet niet in een termijn. Dit zou onnodig formalistisch en niet in alle gevallen goed toepasbaar zijn. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat een termijn van dertig dagen voorafgaand aan de oproeping van de aandeelhoudersvergadering doorgaans tijdig is.2 Concreet betekent dit dat het bestuur of de raad van commissarissen een maand voor het versturen van de agenda aan de algemene vergadering de ondernemingsraad om zijn standpunt inzake een voorgenomen benoemingsbesluit moet vragen.3 Tijdens de algemene vergadering kan de voorzitter van de ondernemingsraad of een door hem aangewezen vervanger het standpunt van de ondernemingsraad toelichten. Dit zal met name voorkomen indien de ondernemingsraad een van de opsteller van het voorstel afwijkend standpunt inneemt.
Het spreekrecht is in aangepaste vorm van toepassing op een structuur-NV. Bij de benoeming van toezichthouders geldt het spreekrecht onverkort (art. 2:158 lid 4 BW). Het spreekrecht komt bovenop de algemene en versterkte aanbevelingsrechten van de ondernemingsraad met betrekking tot de voordracht. Indien de raad van commissarissen dan wel het niet-uitvoerende bestuur het algemeen aanbevelingsrecht van de ondernemingsraad niet overneemt, biedt het spreekrecht de ondernemingsraad de mogelijkheid de algemene vergadering ervan te overtuigen dat de voordracht moet worden afgewezen. De algemene vergadering beslist bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen vertegenwoordigend ten minste een derde van het geplaatste kapitaal (art. 2:158/268 lid 9 BW). Bij het versterkte aanbevelingsrecht is de aanvullende rol van het spreekrecht minder prominent aanwezig. In die situatie zal het standpunt van de ondernemingsraad overeenkomen met de voordracht die wordt gedaan. Dit neemt niet weg dat het spreekrecht ook hier de ondernemingsraad de mogelijkheid biedt in de algemene vergadering zijn keuze mondeling te motiveren.
In een structuur-NV komt de ondernemingsraad geen spreekrecht toe bij de benoeming van de (uitvoerende) bestuurders. De wetgever motiveert deze keuze door er op te wijzen dat in dat geval geen sprake is van besluitvorming door de aandeelhoudersvergadering, maar door de raad van commissarissen dan wel het niet-uitvoerende bestuur (art. 2:162 BW).4 Binnen het gematigde regime berust het recht tot benoeming wel bij de aandeelhouders (art. 2:155 BW). In die situatie geldt uiteraard de hoofdregel en is het spreekrecht van de ondernemingsraad van toepassing. Deze zienswijze vindt steun in de memorie van toelichting.5