RvdW 2026/460:Profijtontneming, w.v.v. uit gewoontewitwassen of uit andere strafbare feiten. Methode van eenvoudige kasopstelling, art. 36e lid 3 Sr. Motivering schatting w.v.v. Is schatting w.v.v. door middel van het in strafzaak bewezenverklaarde gewoontewitwassen toereikend gemotiveerd? Hof heeft blijkens zijn overwegingen ontnemingsmaatregel opgelegd o.g.v. art. 36e lid 3 Sr, waarbij hof het w.v.v. heeft geschat aan de hand van kasopstelling. Oordeel dat aannemelijk is dat misdrijf waarvoor betrokkene is veroordeeld (waaronder gewoontewitwassen) of andere strafbare feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, heeft hof hierop gebaseerd dat betrokkene in periode van oktober 2016 tot en met november 2017 beschikking heeft gehad over omgezette bitcoins met geldwaarde van in totaal € 613.260,92, dat er van betrokkene (met uitzondering van UWV-uitkering van € 3.802 in 2011) geen legale inkomsten en ook geen bezittingen zijn gebleken, dat KvK-inschrijving van eenmanszaak van betrokkene in 2011 is doorgehaald en dat betrokkene geen afdoende verklaring heeft gegeven voor herkomst van bitcoins. Verdediging heeft aangevoerd dat betrokkene, rond 2012, 1.982 bitcoins heeft verkregen tegen betaling van € 12.000 en dat hij die uitgave kon doen uit geld dat hij had verdiend uit handel in auto’s. Ook heeft verdediging gesteld dat bitcoins in periode van 2012 tot eind 2017 ‘exponentiële waardevermeerdering’ hebben doorgemaakt en dat daaruit kan worden verklaard dat betrokkene in 2017 voor € 613.260,92 aan bitcoins bezat. Ter ondersteuning van deze stellingen heeft verdediging o.m. gewezen op borgstellingsverklaring en getuigenverklaringen. Verwerping van dit verweer door hof op hiervoor weergegeven gronden, is niet z.m. begrijpelijk. Weliswaar heeft hof, wat betreft autohandel door betrokkene, verwezen naar doorhaling van KvK-inschrijving van eenmanszaak van betrokkene, maar hof heeft daarbuiten niet kenbaar aandacht besteed aan wat verdediging heeft aangevoerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met RvdW 2026/461.