Einde inhoudsopgave
De Nederlanden en het Vrijgraafschap Bourgondië tussen paus en keizer (SteR nr. 21) 2015/IV.3.1
IV.3.1 Het Spaanse rapport uit Brussel, 26 april 1522
dr. P.P.J.L. Van Peteghem, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
dr. P.P.J.L. Van Peteghem
- JCDI
JCDI:ADS388998:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Staatsrecht / Staatsinrichting
Voetnoten
Voetnoten
Over de ‘solicitador de las cosas de Alemaña’, zie de bezwaren tegen de ‘curtisani’ in: A. Wrede, Deutsche RTA unter Kaiser Karl V., Göttingen 19632, III, 899-900, nr. 229. Het feit dat er vanwege het Heilige Roomse Rijk niet een ambassadeur, maar een agent aanwezig was, verwijst naar de grotere diplomatieke invloed van Spanje.
BAV, Vat. Lat 3924, f° 180 r°. Secretaris Alonso de Soria ondertekende het verzoekschrift en begeleidde Karel V op zijn reis naar Spanje.
BAV, Vat. Lat. 3924, f° 180 r° en 185 r°. In het tweede rapport zullen we nog verwijzen naar de Spaanse zaken, die ook in het Nederlandse rapport voorkomen.
‘unir perpetuamente los dichos maestradgos a la Corona de Castilla por manera que en ningun tempo puedan apartar ni desunir se della’.
BAV, Vat. Lat. 3924, f° 184 r° – v°.
F. Gaude, Bullarum, diplomatum et privilegiorum sanctorum Romanorum pontificum … editio, Augustae Taurinorum 1860, VI, 13-17.
BAV, Vat. Lat. 3924, f° 185 r°.
BAV, Vat. Lat. 3924, f° 187 r° – v°.
Deze omschrijving van het territorium van de staat en in het volgende rapport ‘dominia citeriora’: de heerlijkheden aan deze kant van de Alpen’ genoemd, gekoppeld aan het feit dat er nog gebieden moesten veroverd worden, geven voldoende aan dat staat en staatsvorming nog begrippen in ontwikkeling waren.
BAV, Vat. Lat. 3924, f° 186 v° – 187 r°.
BAV, Vat. Lat. 3924, f° 188 v° – 189 r°. Later is dit verzoek herhaald onder Clemens VII, maar eerst verworpen (1526). Na de vrede van Barcelona ging Clemens VII toch in op dit verzoek.
Karel V was al koning van Spanje en in Aken was hij tot Rooms-Koning gekroond. Vooraleer hij naar Engeland zou overvaren om naar Spanje terug te keren, werd in Brussel een instructie opgesteld, die aan drie raadgevers samen of aan elk van hen in wisselend verband werd toevertrouwd: Don Carlos de la Moy, heer van Sancelles en vice-koning in Napels, Don Juan Manrique, ambassadeur bij de H. Stoel, en Micer Bartholomé de Gattinaria, doctor in beide rechten, regent en kanselier van het koninkrijk Aragón. Het rapport begon met de dagelijkse klachten uit het Heilige Roomse Rijk over de overeenkomsten met het oog op de beneficies. Deze overeenkomsten waren een ietwat omslachtige omschrijving van het Concordaat van Wenen. In het Hof te Rome pleegde men op verschillende wijzen inbreuk. Deels waren de vergissingen van de Lutheranen en andere ongemakken daaruit ontstaan. Aan de Duitse agent1 in Rome zou daarover bericht worden.2
Het overgrote deel van het rapport had betrekking op Spaanse aangelegenheden. Juan de Loyasa, bisschop van Alghero (Sardinië), was in Rome en hij zou zich over deze Spaanse zaken ontfermen.3 Zoals Adriaan VI wist, had Juan het keizerlijk standpunt al goed ondersteund. Karel V vond dat Juan voor de nieuwe paus een goede schatbewaarder zou zijn. Deze wens ging niet in vervulling. Onder de Spaanse vragen was er één, die Adriaan als bestuurder in Spanje uit ervaring kende. Karel wilde dat de milities van Santiago, Calatrava en Alcantara, ingesteld om de Islam in het koninkrijk Granada te bestrijden, werden genationaliseerd.4 Zoniet, bestond er vrees voor overlast. 5 Op 4 mei 1523 heeft Adriaan VI met de bul ‘Dum intra nostrae mentis arcana’ aan dit verzoek een positief gevolg gegeven. Daarbij verwees hij naar het goede voorbeeld van de voorouders van Karel. Hij ging verder: ‘Zoals wij als herder tot de hoogste top van het apostolaat zijn opgenomen, zo is hij zelf door uitverkiezing geroepen tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. Van kindsbeen had de jonge Karel onder onze leiding gestaan. Wij hopen dat de ganse wereld bij de gratie Gods christelijk zal worden.’ De bul bewees dat de vrede, de rust en het algemeen welzijn in de Spaanse koninkrijken gediend waren bij deze maatregel.6
De protonotaris Willem van Enckevoirt, zo ging het rapport verder, is een goede bekende van Uwe Heiligheid. Dat hoeft geen betoog. Het ambt van datarius is een functie, gebouwd op het vertrouwen. Van Enckevoirt is degelijk en hij heeft veel ervaring. Volgde een verzoek om Van Enckevoirt in de functie van datarius aan te stellen, wat ook gebeurde.7 In dit rapport was ook sprake van een Spaans indult, dat de paus gewoonlijk gaf, wanneer de vorst hem feliciteerde bij zijn ambtsaanvaarding. Het zou een indult zijn met het oog op de eerste waardigheden en kerkelijke beneficies. Deze werden vacant en waren door de H. Stoel te verlenen. Dit indult had betrekking op alle koninkrijken en heerlijkheden om daarmee de clerici van zijn kapel en andere verdienstelijke kerkelijke personen te bedanken.8 Uit deze passage blijkt ook dat Filips de Schone en Johanna van Castilië, de ouders van Karel, een indult kregen voor de Spaanse koninkrijken. In het verleden was het wel gebeurd dat indulten niet goed waren uitgevoerd. De vraag bestond erin om genoemde bullen en de volmachten van de commissarissen geschikt te maken en te vermeerderen. Geen enkele procedure mocht in eerste instantie naar Rome geëvoceerd worden. Het vonnis, door de rechter van het indult uitgesproken, moest ten uitvoer gelegd worden. Wie door ons benoemd was, moest eerst in het bezit gesteld worden. Als rechters-commissarissen zouden Alonso Manrique en Pedro Ruiz de la Mota, beiden raadsheren van Karel, aangesteld worden.
De hiervoor besproken aanbeveling met het oog op Van Enckevoirt was slechts een opstap naar meer vragen aan de pas verkozen paus. Een paar pagina’s verder in het rapport komen de Nederlanden (estados nuestros de Flandes y Baxa Alemaña) aan de beurt.9 Verzoek één: kan de bul en het indult, dat we hebben over de nominatie van de waardigheden, bevestigd, hernieuwd en vermeerderd worden? Kan dat op basis van de minuten, die daarover gemaakt zijn? Kan hetzelfde gebeuren met betrekking tot het indult van mijn tante Margareta voor het Vrijgraafschap en voor de andere gebieden van haar weduwegoed? Verzoek twee: jullie (drie raadsheren of in welke samenstelling ook) zullen Zijne Heiligheid vragen dat hij de bullen voor de oprichting van de bisdommen van genoemde landen opstuurt conform de minuten, die daarvoor bestaan. Voor het overige zal de protonotaris Van Enckevoirt, de agent van deze landen in het Hof van Rome, jullie inlichten.10 Het venijn zat in de staart. Bij de opvolging van de pausen was het de gewoonte om nieuwe hoeden te geven op verzoek van de vorsten. Karel had graag gehad dat Pedro Ruiz de la Mota, bisschop van Badajoz, later van Palencia, raadsheer van Karel, de kardinaalshoed kreeg. Ten behoeve van Margareta van Oostenrijk voegde hij daar nog Louis de Gorrevod, bisschop van Saint-Jean de Maurienne, aan toe, maar Adriaan VI gaf toen geen kardinaalshoeden.11
Dit verzoekschrift opent onze ogen, omdat hier zeer duidelijk wordt dat de aangelegenheden van de Nederlanden in Rome behandeld werden tussen of onder de meer belangrijke Spaanse en andere zaken. Er waren verschillende mogelijkheden om te communiceren over de Nederlandse aangelegenheden. In elk geval komt dit document uit een onverwachte hoek en bleef het tot dusver onbekend. De enige, die vanuit het standpunt van de Nederlanden de materies van de Nederlanden moest bespoedigen, bevond zich in Rome als ambassadeur bij de H. Stoel, was nog niet volledig op de hoogte en zou later ingelicht worden. Een eigen ambassadeur voor de Nederlanden was er niet, alleen een agent. Karel ondertekende met ‘Yo El Rey’, maar hij had meer petten op. De Spaanse taal verwees naar het grootste belangenpakket in dit rapport.