Onafhankelijkheid van de rechter in constitutioneel perspectief
Einde inhoudsopgave
Onafhankelijkheid van de rechter (SteR nr. 3) 2011/7.1.2:7.1.2 De rechtsstaat
Onafhankelijkheid van de rechter (SteR nr. 3) 2011/7.1.2
7.1.2 De rechtsstaat
Documentgegevens:
mr. dr. P.M. van den Eijnden, datum 01-10-2010
- Datum
01-10-2010
- Auteur
mr. dr. P.M. van den Eijnden
- JCDI
JCDI:ADS498614:1
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kortmann 2008, p. 51-54 en p. 329 e.v.; Van der Pot 2006, p. 174-178; Akkermans/ Koekkoek noemt vijf elementen, De Grondwet. Een artikelsgewijs commentaar, 2000, p. 12; Burkens 2006, p. 16-22, noemt er vier. Maar inhoudelijk komen deze zes elementen van de rechtsstaat bij allen terug.
Kortmann 2008, p. 363.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een staat moet aan bepaalde eisen voldoen om te kunnen spreken van een ‘rechtsstaat’. De rechtsstaatgedachte heeft betrekking op de grenzen die worden gesteld aan het optreden van de overheid ten opzichte van burgers. In Nederland zijn op dit moment zes elementen als een wezenlijk kenmerk van de moderne democratische rechtsstaat te beschouwen. Het betreft (1) de scheiding van machten, (2) het legaliteitsbeginsel (wettelijke grondslag voor het overheidsoptreden), (3) rechtszekerheid (overheidsoptreden volgens een voorafgaande regel), (4) onafhankelijke rechtspraak,1 of meer algemeen een eerlijk proces, (5) democratische invloed en (6) de waarborging van grondrechten.2 Binnen de rechtsstaatgedachte geldt het uitgangspunt dat elke burger recht heeft op behandeling van zijn zaak – al dan niet tegen de overheid – door een van de overheid onafhankelijke en onpartijdige rechter. De burger moet er op kunnen rekenen dat de overheid gehouden wordt aan het voor haar geldende recht. Opmerkelijk genoeg geschiedt die controle door de overheid zelf, aangezien ook de rechtspraak een overheidsfunctie is. De overheidsambten die de rechtsprekende functie vervullen nemen echter een positie in waarin zij niet zijn onderworpen aan instructies en bevelen van andere overheidsambten.3 In principe kan al het overheidsoptreden, of dat nu van privaatrechtelijk of publiekrechtelijke aard is, aan het oordeel van een onafhankelijke rechter worden onderworpen.
De machtenscheiding is op zichzelf al te beschouwen als constitutioneel beginsel, maar maakt dus tevens deel uit van het concept rechtsstaat. Hetzelfde geldt voor de rechterlijke onafhankelijkheid. De eis van onafhankelijke rechtspraak vloeit direct voort uit zowel het beginsel van de machtenscheiding als dat van de rechtsstaatgedachte. Maar het perspectief van die beide beginselen is anders. Bij de machtenscheiding gaat het om de verhouding tussen de overheidsmachten onderling. Daarin is de rechtsprekende macht één van de drie onderscheiden (lees: zelfstandige of onafhankelijke) machten in een staat. Bij de rechtsstaatgedachte staat de verhouding tussen de overheid en haar onderdanen centraal. Voor de rechtzoekende burger is vooral de onafhankelijkheid van zijn individuele rechter (rechtscollege) van belang en gaat het minder om de rechtsprekende macht in haar geheel.