Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/5.5:5.5 Samenvatting en conclusie
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/5.5
5.5 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS343399:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Anders dan bij een optie op reeds uitgegeven aandelen, moeten bij een optie op nog uit te geven aandelen niet alleen de verbintenisrechtelijke voorschriften worden nageleefd, maar ook de vennootschapsrechtelijke voorschriften. Die vennootschapsrechtelijke voorschriften zijn een voorwaarde voor de verlening van het recht tot het nemen van beschermingsprefs (optie). Bij een putoptie gelden deze vennootschapsrechtelijke voorschriften bij de uitgifte van de aandelen. Aan iedere optieverlening moet een besluit van de algemene vergadering ten grondslag liggen.
De verlening van de optie ter zake van beschermingsprefs geschiedt door een vormvrije optieovereenkomst waarin naast de daadwerkelijke verlening ook andere aspecten rondom de uitgifte van beschermingsprefs kunnen worden overeengekomen. Het aanwijzingsbesluit van de algemene vergadering en het daarmee in het verlengde liggende optieverleningsbesluit van het vennootschapsbestuur leggen naar mijn mening gewicht in de schaal. Dat betekent dat de afspraken in de optieovereenkomst in het verlengde moeten liggen van hetgeen is bepaald in die besluiten.
Optie betekent vrije keuze en houdt in dat de optiegerechtigde in beginsel de keuze heeft om de optie uit te oefenen. Oefent hij deze uit, dan is de vennootschap gehouden om uitvoering aan de uitgifte te geven. Wordt de vrijheid van keuze in de optieovereenkomst beperkt, dan bestaat het risico dat alsnog een uitgiftebesluit vereist is. Omdat optieverlening niet meer betekent dan dat de vennootschap zich verplicht om aandelen uit te geven zodra de stichting zulks verlangt, kunnen de vennootschap en de stichting met elkaar overeenkomen dat zij naast de calloptieovereenkomst een putoptieovereenkomst aangaan.
Uit het aanwijzingsbesluit van de algemene vergadering moet uitdrukkelijk blijken dat de optie meerdere malen door de stichting kan worden uitgeoefend. De vraag is of het nodig is dat het besluit tot optieverlening zodanig geformuleerd wordt dat meerdere opties door de vennootschap worden verleend die ieder van kracht worden onder de voorwaarde dat de beschermingsprefs die krachtens uitoefening van de voorliggende optie zijn genomen weer zijn ingetrokken. Indien het besluit tot optieverlening dusdanig is geformuleerd, dan staat onomstotelijk vast dat geen nieuw besluit door de algemene vergadering genomen hoeft te worden. Doorslaggevend is naar mijn mening het aanwijzingsbesluit en in het verlengde daarvan het optieverleningsbesluit. Niet voldoende is dat het doorlopende karakter van de optie louter in de optieovereenkomst wordt uitgewerkt. Met de optieovereenkomst wordt niet meer gedaan dan uitvoering geven aan het vennootschappelijk besluit.