De ex-werknemer
Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/2.4.9:2.4.9 Tussenconclusie
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/2.4.9
2.4.9 Tussenconclusie
Documentgegevens:
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687135:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van de postcontractuele rechtsverhouding is om enerzijds zorgvuldigheidsverbintenissen en anderzijds zorg- en beloningsverbintenissen te faciliteren. Tot de eerste categorie reken ik bedingen als een geheimhoudings- of concurrentiebeding, die strekken tot bevoordeling van de positie van (doorgaans) de ex-werkgever. De contractsvrijheid voor postcontractuele bedingen gaat vrij ver. Artikel 7:653 BW is een eenzame uitzondering op deze regel. Indien een dergelijke postcontractuele gedragsnorm niet is overeengekomen, is het de vraag binnen welke grenzen de ex-werknemer toch een zekere zorgplicht heeft jegens zijn ex-werkgever. Volgens de Boogaard/Vesta-leer moet die worden gezocht binnen het leerstuk van de onrechtmatige daad. Die zorgvuldigheidsnorm zou ook kunnen worden gezocht in de postcontractuele werking van artikel 7:611 BW of in artikel 6:248 BW. Naar mijn mening moet de toepasselijke norm artikel 7:611 BW zijn; de meerwaarde hiervan is postcontractueel niet anders dan contractueel. Tegelijk geldt dat wat ná het einde van de arbeidsovereenkomst voortvloeit uit artikel 7:611 BW, niet per definitie hetzelfde hoeft te zijn als wat er tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst uit voortvloeit.
Tot de tweede categorie reken ik in hoofdzaak de postcontractuele arbeidsvoorwaarden. Daarbij geldt als hoofdregel dat de verantwoordelijkheid van de werkgever voor de werknemer eindigt samen met de arbeidsovereenkomst. De gevolgen van een ontslag voor de werknemer zijn door de wetgever expliciet verdisconteerd in de transitievergoeding. Daarmee resteert, op grond van arresten van rond de jaren veertig van de vorige eeuw, een natuurlijke verbintenis voor de werkgever om een werknemer die hem lang en trouw heeft gediend een pensioenovereenkomst aan te bieden. Dit betreft een niet afdwingbare, dringende morele verplichting. Ik meen dat deze specifieke natuurlijke verbintenis niet kan worden veralgemeniseerd tot een postcontractuele natuurlijke verbintenis die rust op de ex-werkgever tot (financiële) ondersteuning van de ex-werknemer, bijvoorbeeld bij werkloosheid.