Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/7.7.3
7.7.3 Een 403-verklaring met een einddatum
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250468:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 7.2.4, waar ik heb geconcludeerd dat een 403-maatschappij rechtsgeldig gebruik kan maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime als de moedermaatschappij zich door middel van een 403-verklaring met een einddatum aansprakelijk stelt, mits de einddatum niet eerder is dan de dag dat de aandeelhouders van de 403-maatschappij de summiere jaarrekening in de zin van art. 2:403 lid 1 sub a BW vaststellen of – als de jaarrekening nog niet is vastgesteld – twaalf maanden na afloop van het boekjaar.
Zie § 2.4.
Ik merk op dat de moedermaatschappij doorgaans ook aandeelhouder is van de 403-maatschappij en uit dien hoofde jaarlijks moet instemmen met de afwijking van de jaarrekeningvoorschriften door de 403-maatschappij (zie art. 2:403 lid 1 sub b BW en § 2.3.4). Deze instemming kan wellicht voor de moedermaatschappij fungeren als een geheugensteuntje om een nieuwe 403-verklaring te deponeren.
Aangezien het opnemen van bovengenoemde voorwaarden in de 403-verklaring niet in alle gevallen dat de moedermaatschappij vergeet deze verklaring in te trekken de aansprakelijkheid limiteert, is het zaak te zoeken naar een alternatief dat wél in alle gevallen effectief is. Dit kan mijns inziens het beste worden bereikt door een einddatum op te nemen in de 403-verklaring.1 De moedermaatschappij stelt zich dan op grond van de 403-verklaring aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij tot een bepaalde datum verricht. Zij is dan in ieder geval niet aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij vanaf die datum verricht.
Mijns inziens kan een moedermaatschappij het beste als einddatum in de 403-verklaring opnemen dat zij zich slechts aansprakelijk stelt voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij verricht tot en met twaalf maanden na afloop van het boekjaar waarover de 403-maatschappij een jaarrekening zal opmaken waarbij zij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime. Uiterlijk op die datum moet aan alle voorwaarden zijn voldaan om rechtsgeldig gebruik te maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime.2 Als de 403-maatschappij op die datum nog niet gebruik heeft gemaakt van deze vrijstelling is het niet meer nodig dat de moedermaatschappij – als een van de voorwaarden zodat gebruik mag worden gemaakt van de vrijstelling – aansprakelijk is voor de schulden die voortvloeien uit (nieuwe) rechtshandelingen die de 403-maatschappij verricht.
Indien de einddatum in de 403-verklaring is verstreken en de 403-maatschappij met betrekking tot de komende jaarrekening gebruik wil blijven maken van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime, moet de moedermaatschappij er wel op bedacht zijn dat zij een nieuwe 403-verklaring (met einddatum) deponeert. Als de moedermaatschappij vergeet een nieuwe 403-verklaring te deponeren3 en de 403-maatschappij toch gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling doet zij dit ten onrechte. Het bestuur van de 403-maatschappij kan dan mogelijk aansprakelijk worden gesteld omdat de openbaarmakingsplicht is geschonden. Hoewel het opnemen van een einddatum in de 403-verklaring dus enerzijds waarborgt dat de aansprakelijkheid van de moedermaatschappij is gelimiteerd indien zij vergeet de 403-verklaring in te trekken, brengt het anderzijds dus ook het risico met zich dat de 403-maatschappij ten onrechte gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling. Het is uiteindelijk aan de moeder- en de 403-maatschappij om dit laatste risico af te wegen tegen het risico dat de moedermaatschappij vergeet de 403-verklaring in te trekken en de extra aansprakelijkheid die zij daardoor loopt.