Personentoetsingen in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/7.7.2:7.7.2 Praktische oplossingsrichtingen
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/7.7.2
7.7.2 Praktische oplossingsrichtingen
Documentgegevens:
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268433:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie G.P. Roth & J.S. Roepnarain, ‘De toetsing van bestuurders en commissarissen door de AFM en DNB. Beschouwingen over geschiktheid, betrouwbaarheid en de praktische betekenis van het in theorie bestaande stelsel van rechtsbescherming”, Ondernemingsrecht 2014/95, afl. 10/11, p. 479-487 en www.toezicht.dnb.nl/4/2/16/50-229363.jsp (overigens is deze tekst voor wat betreft het telefonisch informeren achterhaald, zie hiervoor).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de eerste plaats onderzoek ik een aantal praktische oplossingsmogelijkheden voor zowel de toezichthouder, als voor de instelling en de betrokken beleidsbepaler.
Opstelling van de toezichthouder
In een professionele toezichtrelatie vindt de genoemde dialoogfase op een open en zakelijke wijze plaats, waarbij er ruimte is voor zowel het zoeken naar oplossingen, als, wanneer dit niet lukt, een neutrale “we agree to disagree”-houding die de toezichtrelatie verder ongemoeid laat. De toezichthouder kan hieraan bijdragen en bijvoorbeeld de mogelijkheid van rechtsbescherming nadrukkelijker onder de aandacht brengen. In dit verband is relevant dat de toezichthouder het “onverwachte telefoontje” heeft afgeschaft. Voorheen werd telefonisch contact opgenomen met de instelling en de betrokken beleidsbepaler om dezen in te lichten over het negatieve voorlopige oordeel. Dit telefoongesprek kon betrokkenen echter op een ongelegen moment “overvallen”, waarop, in een eerste reactie, kandidaten soms onmiddellijk werden teruggetrokken (of zichzelf terugtrokken). Inmiddels wordt de kandidaat schriftelijk geïnformeerd over het voornemen om negatief te beslissen, waarbij een afspraak wordt gemaakt voor een nadere toelichting en bespreking hiervan. Dit geeft betrokkenen de kans om de boodschap eerst te laten landen en na te denken over vervolgstappen en eventuele mogelijkheden voor bezwaar en beroep.1 De opstelling van de toezichthouder kan zo helpen voorkomen dat te snel van het afwachten van een besluit wordt afgezien.
Afspraken tussen kandidaat en instelling
Een andere praktische oplossing is dat de instelling en de betrokken kandidaat voorafgaand aan de toetsing afspreken dat de instelling, ter bescherming van de rechten van de kandidaat, in ieder geval (pro forma) de kandidatuur en de positie van de betrokken beleidsbepaler handhaaft totdat het definitieve besluit is genomen. Zowel Roth en Roepnarain als de toezichthouder raden het maken van dergelijke afspraken aan.2 In veel gevallen zal dit een goede en werkbare oplossing kunnen zijn. In de dynamiek van de situatie en bijvoorbeeld bij grote, beursgenoteerde ondernemingen kan de druk op de beleidsbepaler om terug te treden echter groot zijn. Ook wanneer deze het niet eens is met het oordeel van de toezichthouder kan het lastig zijn om de eigen belangen voorrang te geven boven die van de instelling. Daarnaast kan de toetsing nieuwe informatie hebben opgeleverd, waardoor de instelling zelf ook is gaan twijfelen aan de geschiktheid van de beleidsbepaler. Dient deze het dan toch op een formeel (handhavings-)besluit aan te laten komen?