Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.3:3.3 De inhoud van het rechterlijk bevel
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.3
3.3 De inhoud van het rechterlijk bevel
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657485:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De constatering dat de aanspraak op het rechterlijk bevel in beginsel vrij sterk is, maakt de vraag naar wat de omvang van het bevel dan precies mag zijn des te crucialer. Vanuit het perspectief van de eiser kan het namelijk aantrekkelijk zijn een zo ruim mogelijk geformuleerd bevel te vorderen. Als mijn buren hinderlijk hard muziek draaien na tien uur ’s avonds, dan is het een aantrekkelijk idee een gebod de stereo weg te doen te vorderen. Dan gaat de muziek tenminste niet meer aan. Heeft mijn concurrent mijn klantenbestand ontfutseld, dan heb ik het liefst dat hem in het geheel wordt verboden in mijn geografische markt te opereren. Dan weet ik tenminste zeker dat hij dat klantenbestand niet gebruikt. Maar kan ik daar een aanspraak op maken? Vanuit het perspectief van de gedaagde zijn dit soort bevelen een stuk minder aantrekkelijk. Waarom, immers, zou van hem iets verlangd kunnen worden waar hij op grond van het materiële recht strikt genomen niet toe verplicht was? Heb ik als gerechtigde überhaupt wel een aanspraak op zo’n bevel?
In deze paragraaf betoog ik dat uitgangspunt van het Nederlandse recht nog steeds is dat het bevel niet tot meer mag verplichten dan de materiële rechtsplicht. Eerst zet ik uiteen hoe deze eis zich heeft ontwikkeld (§ 3.3.1). Vervolgens betoog ik dat de Hoge Raad de eis hier en daar heeft genuanceerd, maar dat zij nog steeds onverkort geldt (§ 3.3.2). In paragraaf 3.4 betoog ik vervolgens dat deze eis in combinatie met de regel dat de gerechtigde een recht op nakoming heeft ook goed past binnen een ‘relatief’ of ‘relationeel’ remedierecht.
3.3.1 De ontwikkeling van de overeenstemmingseis3.3.2 Nuanceringen van de Hoge Raad