Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.3.1:3.3.1 De ontwikkeling van de overeenstemmingseis
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/3.3.1
3.3.1 De ontwikkeling van de overeenstemmingseis
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657519:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 3:296 BW bepaalt dat ‘hij die jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten (…) daartoe op vordering van de gerechtigde [wordt] veroordeeld’ (cursivering, WThN). Het woord ‘daartoe’ impliceert dat de gedaagde alleen mag worden veroordeeld zijn rechtsplicht na te leven. Dat volgt ook uit de ontstaansgeschiedenis van het bevel. Hoewel de remedie niet op compensatie maar op voorkoming gericht is (§ 3.3.1.1), betekent dit niet dat de rechter zelf dwangmiddelen in het leven mag roepen om ‘effectieve handhaving’ te bevorderen: ook niet in de vorm van een uitgebreid bevel (§ 3.3.1.2).
3.3.1.1 Van compensatie naar voorkoming3.3.1.2 Handhaven: alleen met door de wetgever gecreëerde dwangmiddelen