Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/6.2.2
6.2.2 Waar de verantwoording uit bestaat
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS575527:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Beckman (2007), p. 5. Zie ook Van Schilfgaarde (2006a), p. 285. Voorts over de 'twee-eenheidsterm' rekening en verantwoording: Wessels (2006), p. 599-601. Zie voor een fraaie beschrijving van wat 'ondernemingsbeleid' zoal inhoudt: Assink (2007), p. 8-13. Hierover meer uitgebreid: Hijink (2009b), p. 45-46.
Beckman (2000), p. 27. Hierover ook Hijink (2009b), p. 46.
In die zin reeds Hijink (2007a), p. 12, met een verwijzing naar Beckman (2005a), p. 140. In dit licht lijkt mij de opmerking van Bier (2006a), p. 41, dat de jaarrekening 'een weergave van feiten [is]', te stellig geformuleerd.
Zie Beckman (2007), p. 8-9, daarbij opmerkend dat de AvA niet de gehele boekhouding beoordeelt, noch kan beoordelen.
Beckman (1994), p. 114 en p. 117 alsmede (2000), p. 28. In gelijke zin: Bier (2006a), p. 41-43. Hierover ook Hijink (2009b), p. 46.
Vgl. Beckman (2007), die op p. 29, opmerkt dat het bestuursverslag dé verantwoording van het gevoerde beleid en beheer moet zijn. In vergelijkbare zin: Oosterhoff/Joling (2008a), p. 80-81. Zij noemen daarnaast als functie van het jaarverslag het dienen van verdere toelichting op en een beter begrip van de jaarrekening.
In die zin resp. Bier (2006a), p. 47-48 en Beckman (2000), p. 28. Zie ook Beckman (2007), p. 28-29. Zie over de Europese ontwikkelingen op dit terrein ook PloegerNan Wissen (2007).
Vgl. Best practice bepaling 111.1.2 van de Nederlandse corporate govemance code: van de jaarstukken van de vennootschap maakt deel uit een verslag van de RvC waarin verslag wordt gedaan van haar werkzaamheden.
Expliciet in deze zin: Beckman (2007), p. 28. Passender, omdat zoals Beckman terecht opmerkt, de wettelijke grondslag voor het opstellen van een commissarissenverslag thans is gelegen in een bepaling die ziet op het jaarverslag (het bestuursverslag; art. 2:391, lid 5, BW). Voorstelbaar zou overigens zijn dat deze verplichting wordt vormgegeven door invoering van een wettelijk vereiste van een commissarissenverslag voor beursvennootschappen. Daarbij kan de ter nadere bepaling van de inhoud van dat verslag — op vergelijkbare wijze als bij de Nederlandse corporate govemance code — een code door marktpartijen wordt ontworpen. Voorstander van een zelfstandig commissarissenverslag zijn Den Boogert (2005), p. 255 en Bier (2006a), p. 47-48. Al eerder is dit bepleit door Delfos-Roy (1997), p. 98-100 en, daarvoor, door Glasz (1995), p. 93-101.
Een vraag van andere orde is waaruit de door leidinggevenden van een beursvennootschap af te leggen rekening en verantwoording bestaat. En, in het verlengde daarvan, of de jaarrekening en het jaarverslag daartoe geschikte middelen zijn. Het afleggen van rekening ziet op het cijfermatige informeren; het afleggen van verantwoording op het informeren over de effectiviteit en onderliggende redenen van het gevoerde ondernemingsbeleid.1 De rol van de jaarrekening in het afleggen van rekening en verantwoording moet mijns inziens niet worden overschat. Terecht is, meer dan eens, door Beckman opgemerkt dat de jaarrekening "slechts de financiële uitkomsten van gevoerd beleid en daarop uitgeoefend toezicht geeft."2 Daarbij is de jaarrekening een momentopname, die kan worden gezien als "resultante van keuzes en afwegingen van degenen die de jaarrekening opmaken."3 De jaarrekening voorziet hierdoor hooguit in "het slotstuk" van het afleggen van rekening.4 Naast het zijn van dit slotstuk, vormt de jaarrekening de basis voor het afleggen van verantwoording over het gevoerde ondernemingsbeleid. Maar ook niet meer dan dat. De jaarrekening — de balans, de winst- en verliesrekening met de toelichting daarbij — is als document dat de financiële uitkomsten van het gevoerde beleid weergeeft weinig geschikt om verantwoording af te leggen over het door het bestuur van de beursvennootschap gevoerde ondernemingsbeleid.5 Voor het afleggen van verantwoording over het gevoerde ondernemingsbeleid door het bestuur van de beursvennootschap is daarentegen het jaarverslag — het bestuursverslag — een meer geschikt document.6 Niet ten onrechte worden bovendien pleidooien gehouden om deze rol van het jaarverslag te versterken. Bijvoorbeeld door meer inzicht in de bestuursplannen voor de toekomst vereisen en door hogere eisen te stellen aan de wijze waarop het bestuur zich moet verantwoorden over het gevoerde beleid.7 Ook de ontwikkelingen in de regelgeving, waaronder de Nederlandse corporate governance code en de in 2006 aangenomen Europese richtlijn tot aanpassing van de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht, wijzen in die richting. Gegeven deze ontwikkelingen en de toegenomen aandacht voor het afleggen van verantwoording door de RvC — of andere interne toezichthouder — over het uitgeoefende toezicht op het bestuur van de beursvennootschap, ligt het in de rede dat deze verantwoordingsplicht ook in wet- en regelgeving (verder) wordt geregeld. De Nederlandse corporate governance code biedt daartoe een eerste aanzet.8 Passend(er) lijkt echter voor Nederlandse beursvennootschappen een wettelijk geregelde verplichting voor het opstellen van een commissarissenverslag wordt geïntroduceerd Dat is eveneens in de literatuur bepleit.9