Raad zonder raadgevers?
Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/1.4:1.4 Probleemstelling
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/1.4
1.4 Probleemstelling
Documentgegevens:
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS581540:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De (juridische) relatie en interactie tussen het eerste en tweede lid van artikel 33 van de Gemeentewet, de rechtmatigheid van het derde lid noch de afzonderlijke onderdelen van dit artikel zijn ooit uitgebreid wetenschappelijk tegen het licht gehouden, waarbij beide onderwerpen (ambtelijke bijstand en fractieondersteuning) in de loop der jaren niet konden rekenen op veel empathie en oplossend vermogen vanuit ‘Den Haag’. De gemeenteraad dreigt hierdoor de facto een raad zonder raadgevers te worden.
De centrale vraag in dit onderzoek luidt:
Hoe is het recht op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning ontstaan en op welke wijze is dit recht – zoals geregeld in artikel 33 van de Gemeentewet – verankerd in lokale regelingen; welke praktische gevolgen heeft de opname van het recht op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning in wet- en regelgeving voor de (inhoudelijke) ondersteuning van de gemeenteraad en voor de (juridische) positie van de betrokken gemeenteambtenaren?
Bij de beantwoording van deze vraag zal gezocht worden naar hiaten in de huidige wet- en regelgeving en zal bezien worden welke suggesties er te geven zijn voor het verbeteren van de juridische en praktische inbedding van ambtelijke bijstand en fractieondersteuning in de gemeentelijke regelgeving.