Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/7.3.1
7.3.1 Werkingssfeer
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg
- JCDI
JCDI:ADS435905:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk Even & van Kampen 2004, p. 25 voor het EVO.
Strikwerda 2012, p. 163.
van Hoek 2004a, art. 1 EVO aant. 2.
Giuliano & Lagarde 1980, p. 10.
Artikel 3(3) en 3(4) Rome I-Verordening.
Bittner 2000, p. 458, die Junker 1992, p. 236 volgt.
Stone 2010, p. 290.
Stone 2010, p. 290 en Clarkson & Hill 2011, p. 206.
Dit ligt anders voor de hier niet besproken collectieve aspecten van de richtlijn overgang van onderneming.
HvJ EU 18 oktober 2011, NJ 2012, 19 m.nt. M.V. Polak (Realchemie/Bayer).
[1979] OJ C 59/71.
HvJ EG 13 november 1979, NJ 1980, 510 m.nt. J.C. Schultsz (Sanicentral GmbH/Collin).
Merrett 2011, p. 83.
Bevestigend: Zaal 2013, p. 29-30 en noot I.A. Haanappel-van der Burg bij Hof Amsterdam, OK 21 december 2012, JAR 2012/8 (OR VLM/Cityjet Ltd.) en ontkennend: Laagland 2013, p. 40.
Rapport betreffende het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst door Giuliano en Lagarde (PbEG 1980, C 282) p. 14.
Zie Rectificatie van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (Pb EU L 177 van 4 juli 2008), Pb EU 2009 L 309/87.
De Rome I-Verordening is van toepassing als cumulatief is voldaan aan de materiële, formele en temporele werkingssfeer.1
Met betrekking tot de materiële werkingssfeer bepaalt artikel 1 lid 1 Rome I-Verordening dat de verordening van toepassing is:
in gevallen waarin uit het recht van verschillende landen moet worden gekozen;
op verbintenissen uit overeenkomst;
in burgerlijke en handelszaken.
De conflictregels van de Rome I-Verordening zijn slechts van toepassing op overeenkomsten met een internationaal karakter, maar de Rome I-Verordening geeft niet aan wanneer hiervan sprake is.2 Afhankelijk van de specifieke rechtsvraag kunnen van belang zijn: de plaats waar de arbeid wordt verricht, de woonplaats van de werknemer, de vestigingsplaats van de werkgever, de nationaliteit van de werknemer, de vraag of de werkgever deel uitmaakt van een buitenlands concern, de valuta waarin het loon wordt uitbetaald, etc.3 Beslissend is derhalve of de overeenkomst aanknopingspunten heeft met meer dan één rechtsstelsel.4 Dit kan met name problemen geven bij de rechtskeuzebevoegdheid. De rechtskeuzebevoegdheid kan slechts door de contractspartijen worden uitgeoefend als de overeenkomst een internationaal karakter heeft. De rechtskeuzebevoegdheid wordt echter weer ingeperkt voor overeenkomsten die slechts raakvlakken hebben met één land of, wanneer het gaat om de doorwerking van EU-recht, alleen met lidstaten van de EU.5 Daarnaast kan een rechtskeuze in een arbeidsovereenkomst er niet toe leiden dat de werknemer de bescherming verliest die hij geniet op grond van de dwingende bepalingen van het objectief toepasselijke recht. Bij twijfelgevallen is er – gezien deze beperkingen – bij arbeidsovereenkomsten niets op tegen zekerheidshalve de Rome I-Verordening toe te passen.
Onder het begrip ‘grensoverschrijdende overgang van onderneming’ versta ik zowel de internationale overgang van onderneming, waarbij de bij de overgang betrokken partijen (vervreemder, verkrijger en betrokken werknemers) onderworpen zijn aan het recht van verschillende landen (hetgeen een EU-lidstaat of een derde land kan zijn) zonder verplaatsing van de onderneming, als de grensoverschrijdende overgang van onderneming waarbij de onderneming zelf van het ene naar het andere land wordt verplaatst.6 Bij grensoverschrijdende overgang van onderneming zal derhalve meestal sprake zijn van een internationaal geval.
De Rome I-Verordening geeft geen definitie van verbintenissen uit overeenkomst, behalve door middel van de uitgesloten onderwerpen van artikel 1 lid 2 en 3 Rome I-Verordening.7 Voor het arbeidsrecht in het algemeen is het relevant dat de individuele en collectieve overeenkomst niet behoren tot de uitgesloten onderwerpen. De rechtsvraag die partijen verdeeld houdt moet betrekking hebben op een verbintenis uit overeenkomst. Het is waarschijnlijk dat het begrip ‘verbintenis uit overeenkomst’ autonoom moet worden geïnterpreteerd.8 In geval van grensoverschrijdende overgang van onderneming zou gesteld kunnen worden dat het behoud van de rechten van werknemers strikt genomen geen verbintenis uit overeenkomst in de zin van de Rome I-Verordening is, omdat het behoud van de rechten van werknemers het van rechtswege intredende gevolg van de overgang van onderneming is. De overgang van onderneming zelf is evenwel gebaseerd op een overeenkomst tussen vervreemder en verkrijger en het behoud van de rechten van werknemers is één van de gevolgen daarvan. Dit behoud van rechten is accessoir aan de bestaande individuele arbeidsovereenkomst en daarmee mijns inziens een verbintenis uit overeenkomst in de zin van de Rome I-Verordening.9
De Rome I-Verordening is van toepassing op ‘burgerlijke en handelszaken’. Het karakter van een zaak moet worden vastgesteld aan de hand van de aard van de tussen de procespartijen bestaande rechtsbetrekkingen en het voorwerp van het geschil.10 In het kader van de Rome I-Verordening is het begrip ‘burgerlijke en handelszaken’ nog niet uitgelegd, maar omdat de Rome I-Verordening in haar formulering aansluit bij de Brussel I-Verordening en krachtens overweging 7 van de preambule bij de Rome I-Verordening ook in het licht daarvan moet worden uitgelegd kan worden teruggevallen op het Schlosser-rapport bij het Verdrag van Brussel en relevante rechtspraak van het Hof van Justitie omtrent het begrip. In het Schlosser-rapport bij het Verdrag van Brussel is omtrent het begrip burgerlijke en handelszaken opgenomen:
‘Thus the term ‘civil law’ also includes certain important special subjects which are not public law, especially, for example, parts of labour law.’11
Het Hof van Justitie interpreteert het begrip ‘burgerlijke en handelszaken’ autonoom, teneinde in de lidstaten dezelfde werkingssfeer van de Brussel I-Verordening en de Rome I-Verordening te definiëren. In het arrest Sanicentral GmbH v Collin bevestigde het Hof van Justitie dat arbeidsrecht binnen de werkingssfeer van het Verdrag van Brussel valt.12 Arbeidszaken zullen in het algemeen als ‘burgerlijke zaak’ binnen de materiële werkingssfeer van de Rome I-Verordening vallen.13 In de praktijk is het begrip ‘burgerlijke en handelszaak’ met name problematisch als de overheid partij is bij de procedure. In dat geval is geen sprake van een ‘burgerlijke of handelszaak’ als de overheidsinstantie krachtens bijzondere (overheids)bevoegdheid handelt. Daarnaast bestaat er verschil van mening over de vraag of het medezeggenschapsrecht een burgerlijke en handelszaak is (waarop de Brussel I-Verordening van toepassing is).14 Bij grensoverschrijdende overgang van onderneming is er – in ieder geval wat betreft het behoud van rechten van individuele werknemers – sprake van een burgerlijke zaak in de zin van de Rome I-Verordening.
Met betrekking tot de formele werkingssfeer bepaalt artikel 2 Rome I-Verordening dat het door de verordening aangewezen recht toepasselijk is, ongeacht de vraag of dat het recht van een lidstaat is. De Rome I-Verordening heeft dus een universele formele werkingssfeer. De Rome I-Verordening geldt in de lidstaten daarom ook indien één van de partijen bij de overeenkomst in Denemarken (geen partij bij de Rome I-Verordening) is gevestigd dan wel indien op basis van Rome I het Deense recht wordt aangewezen. De Rome I-Verordening is een eenvormige internationaalprivaatrechtelijke regeling die binnen haar toepassingsgebied en behoudens de uitzonderingen zoals geformuleerd in artikel 23 en 25 Rome I-Verordening in de plaats treedt van de in elk van de lidstaten geldende voorschriften van internationaal privaatrecht.15
Met betrekking tot de temporele werkingssfeer bepaalt artikel 28 Rome I-Verordening dat de Rome I-Verordening van toepassing is op overeenkomsten die op of na 17 december 2009 zijn gesloten.16 Op overeenkomsten die zijn gesloten na 1 september 1991, maar voor 17 december 2009 blijft het EVO van toepassing. De datum van het afsluiten van de overeenkomst is doorslaggevend.
Resumerend: bij grensoverschrijdende overgang van onderneming zal meestal worden voldaan aan de materiële, formele en temporele werkingssfeer van de Rome I-Verordening, zodat het toepasselijke recht op de overeenkomstenrechtelijke gevolgen van een grensoverschrijdende overgang van onderneming aan de hand van de Rome I-Verordening moet worden vastgesteld.
Vervolgens ontstaat de vraag bij welke conflictregel in de Rome I-Verordening de overgang van onderneming kan worden ondergebracht. Hiertoe bestaan binnen de Rome I-Verordening drie mogelijkheden: bij de conflictregels voor de overnameovereenkomst (artikel 3 en 4 Rome I-Verordening), bij de conflictregel voor individuele arbeidsovereenkomsten (artikel 8 Rome I-Verordening) of bij de voorrangsregels (artikel 9 Rome I-Verordening).