Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.6.6
2.6.6 Praktische betekenis
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859074:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Rotterdam 3 augustus 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7464.
Vgl. ook Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004, p. 29.
Lindenberg & Wolswijk 2021, p. 247.
Lindenberg & Wolswijk 2021, p. 249.
Als de handeling opzettelijk wordt verricht. Ontbreekt opzet dan is van onwaardigheid geen sprake.
Lindenberg & Wolswijk 2021, p. 248-249. In de hier te lande geldende overwegend objectieve benadering ligt het aannemen van strafbaarheid in die gevallen veel meerder in de rede, Lindenberg & Wolswijk 2021, p. 249.
Zie voor de benadering van het verwachte gedragspatroon, par. 4.8.3.
Zie daarover nader H5.
Debucquoy, TBBR 2004, p. 542.
In de literatuur wordt de mening gehuldigd dat voor onwaardigheid vereist is dat de minuutakte wordt verduisterd, vernietigd of vervalst.1 De Rechtbank Rotterdam heeft zich in 2022 moeten buigen over de vernietiging dan wel verduistering van een codicil. De rechtbank concludeert dat niet is gebleken dat het origineel is vernietigd of verduisterd, zodat van onwaardigheid geen sprake is.2 Deze slotsom wijst in de richting van de communis opinio uit de literatuur. Kanttekening hierbij is wel dat de eiser het standpunt inneemt dat het origineel is verduisterd of vervalst, zodat de rechtbank in lijn daarmee haar oordeel opbouwt.
Het vernietigen, verduisteren of vervalsen van de minuutakte, het origineel, is een lastige opgave. Wordt deze voorwaarde aangenomen dan heeft artikel 4:3 lid 1 sub e BW met name betekenis bij codicillen alsmede sommige nood- en buitenlandse testamenten.3 Het is echter de vraag of deze eis terecht is. Indien een persoon een afschrift of ‘gewone’ kopie van een notarieel testament doelbewust verduistert, vernietigt of vervalst rechtvaardigt dan het enkele feit dat de minuutakte onaangeroerd is gebleven dat deze persoon nog rechten aan het testament mag ontlenen? Ik zou die vraag ontkennend willen beantwoorden. Of het nu gaat om een afschrift, kopie of de minuutakte, de gedraging verandert niet. In alle gevallen bestaat de intentie om de uiterste wil van de erflater te manipuleren. Dat de gedraging geen gevolgen heeft voor de vererving moet derhalve niet de doorslaggevende factor zijn.
Onwaardigheid is een zware sanctie bij het verduisteren, vernietigen of vervalsen van een kopie of afschrift. De vererving zal immers (over het algemeen) nog altijd plaatsvinden hoe de erflater dat voor ogen had nu de minuutakte nog intact is. De laatste wil van de erflater is zonder problemen boven tafel te krijgen, zodat belanghebbenden niet in bewijsmoeilijkheden komen te verkeren. Het voorgaande brengt mee dat de handeling dus niet snel zal leiden tot een vererving zoals de onwaardige voor ogen staat. Op dit punt toont het verduisteren, vernietigen of vervalsen van een kopie of afschrift van een notarieel testament op het eerste oog verwantschap met de absoluut ondeugdelijke poging uit het strafrecht. Bij een absoluut ondeugdelijke poging gaat het om gevallen waarin het voornemen van de dader om een misdrijf te plegen geen enkele kans van slagen heeft. Gedacht kan worden aan de poging tot vergiftiging met een volkomen onschuldig middel. In de heersende literatuur wordt dan niet gesproken van een begin van uitvoering, wat een strafrechtelijke poging vereist, en is derhalve geen sprake van strafbaarheid.4 Er is echter een ander figuur dat in de strafrechtelijke literatuur wordt onderscheiden wat naar mijn mening meer raakt aan deze situatie, te weten een putatief delict. Hierbij gaat het om de situatie dat een persoon meent een misdrijf te plegen, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Het putatieve delict heeft daarmee geen betrekking op een onvoltooid streven.5 Bij de verduistering, vernietiging of vervalsing van een kopie of afschrift van een notarieel testament zal de dader ervan uitgaan dat het testament van de erflater daadwerkelijk wordt verduisterd, vernietigd of vervalst, terwijl dat niet het geval is.6 Hierbij zij nog opgemerkt dat niet is uitgesloten dat naar aanleiding van c.q. conform het vervalste afschrift wordt gehandeld. Bijvoorbeeld in de situatie dat niet bij de notaris wordt verzocht om een verklaring van erfrecht en partijen afwikkelen zonder tussenkomst van een notaris. De vervalsing heeft in dat geval wel degelijk gevolgen. De vererving is in dat geval niet conform de laatste wil van de erflater.
Bij een subjectieve benadering in het strafrecht, waarbij het accent meer ligt op de uit de gedraging blijkende criminele intentie, bestaat de neiging om bepaalde gevallen uit deze categorie putatieve delicten onder de strafbare poging te brengen.7 Die subjectieve benadering moet in mijn ogen ook centraal staan bij artikel 4:3 BW. In deze bepaling staan gedragingen centraal en niet zozeer de gevolgen. Dat blijkt ook uit het feit dat de wetgever in andere gevallen uit artikel 4:3 lid 1 BW de sanctie onwaardigheid verbindt aan een poging tot het plegen van de genoemde gedraging. Gelet hierop dient – ondanks de zware sanctie voor een gedraging die vrijwel nooit tot het gewenste gevolg kan leiden – de verduistering, vernietiging of vervalsing van een afschrift of kopie niet buiten schot te blijven. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat de erflater in die gevallen nog wenst dat de persoon in kwestie kan opkomen in zijn nalatenschap. Indien de erflater de sanctie te zwaar vindt voor dit civielrechtelijke ‘putatieve delict’ staat hem de mogelijkheid van vergeving ten dienste. Wel geldt hierbij als kanttekening dat de erflater dan op de hoogte dient te zijn van de misdraging. Dit zal veelal niet het geval zijn. Dat neemt niet weg dat de sanctie van onwaardigheid hier gerechtvaardigd is. Het verwachte gedragspatroon betreft dat de erflater niet meer wenst dat de onwaardige van hem erft.8
Hierbij valt een parallel te trekken met de Belgische herroeping van legaten wegens ondankbaarheid.9 Daarbij staat vooral de misdadige intentie centraal. Is die intentie aanwezig dan volstaat ook een niet-strafbare poging om een legaat wegens ondankbaarheid te herroepen. Hierbij wordt als voorbeeld genoemd de begiftigde die met een pistool waarvan hij in de veronderstelling verkeert dat het geladen is, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval is, schiet op de erflater met het oogmerk om hem te doden. Strafrechtelijk is in België sprake van een niet-strafbare ondeugdelijke poging, maar civielrechtelijk heeft de begiftigde wel degelijk uitvoering gegeven aan een ongeoorloofde intentie en bestaat er aanleiding tot herroeping van het legaat. Het is daarbij niet nodig dat de begiftigde ooit strafrechtelijk vervolgd wordt wegens deze gedraging.10 Eenzelfde redenering gaat wat mij betreft op bij artikel 4:3 lid 1 sub e BW.
Overigens zal het voor belanghebbenden niet eenvoudig zijn om te bewijzen dat een kopie of afschrift van het notariële testament is verduisterd, vernietigd of vervalst. Als iemand bijvoorbeeld een kopie verbrandt in de openhaard zal het bijzonder lastig zijn dit te bewijzen. In de praktijk zal deze wijziging daarmee niet tot een stroom aan procedures leiden. Nog daargelaten dat dergelijke handelingen, naar het zich laat aanzien, niet veelvuldig voorkomen.
Ter illustratie het volgende voorbeeld:
Erflater heeft twee kinderen. Een daarvan heeft hij onterfd en een legaat toegekend ter grootte van de legitieme portie. Het kind wordt dit gewaar en wenst deze gang van zaken te saboteren en vernietigt een afschrift of kopie van dit testament. Het kind realiseert zich niet dat er nog een minuutakte van het testament bestaat. Hij gaat ervan uit met vernietiging van het afschrift, dan wel een kopie van het testament te promoveren tot erfgenaam. In een dergelijk geval bestaat geen goede grond dat het kind rechten kan ontlenen aan het testament. Onwaardigheid is op zijn plaats en zal vermoedelijk ook stroken met de wil van de erflater.