Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/9.4.2
9.4.2 Het inhoudelijke criterium: de strijd met de professionele toewijding
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS497195:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Touchent 2006.
Cannarsa 2008, nr. 8 brengt de professionele toewijding in direct verband met de subjectieve goede trouw. Hij stelt de schending van de professionele toewijding gelijk met de kwade intenties inherent aan de 'dol'. Teneinde de coherentie tussen het consumenten- en het gemene recht te waarborgen, stelt hij voor dat wanneer de professionele partij i.s.m. de professionele toewijding handelt, Tintention dolosive de l'article 111 6 du Code civil' gegeven is.
In de parlementaire geschiedenis wordt wel gerefereerd aan de definitie uit de richtlijn: de professionele toewijding `repose sur la bonne fbi et la compétence du professionnel concerné pour satisfaire les attentes du consommateur': Commission des Mis, p. 54.
Raymond 2008a, nr. 21; Raymond 2008b, nr. 179.
Raymond 2008a, nr. 21. Vgl. Cass. Crim. 15 december 2009, nr. 09-83059, Bull. crim. 2009, nr. 212 waarin door de veroordeelde partij wordt gesteld dat de rechter naar de strijd met de professionele toewijding had moeten kijken 'par référence à ce qui est d'usage'.
Raymond 2008a, nr. 21, met verwijzing naar Cass. Crim. 17 januari 1996, Bull. crim. 1996, nr. 30; CA Dijon 7 september 2006, CCC 2007, comm. 141.
Daarbij valt te denken aan de Code de déontologie de la Fédération de vente directe, de Code professionnel de la vente à distance of de Code déontologie du marketing téléphonique. Ook de richtlijnen van de Bureau de vérification de la publicité kunnen een rol spelen: Raymond 2008b, nr. 179. Op dit punt loopt Frankrijk achter op andere Europese landen.
Raymond 2008a, nr. 21.
JProx Lorient 27 augustus 2009, nr. 91-08-000276.
Dit verbod kon niet worden gehandhaafd gelet op HvJ EG 23 april 2009, nr. C-261/07 en C-299/07, Jur. 2009, p. 1-2949 (Y7B-VAB en Galarea); HvJ EU 14 januari 2010, nr. C-304/08 (Plus; n.n.g.) en HvJ EU 9 november 2010, nr. C-540/08 (Mediaprint; n.n.g.).
571. Hoewel het toedichten van een normatief, geobjectiveerd en overkoepelend (par. 9.9.2) karakter aan het professionele toewijdingscriterium op grond van de hierboven geschetste conceptuele aansluiting tussen de hoofdnorm — het verbod op de `pratiques déloyales' — en de `devoir de loyauté' voor de hand ligt, wordt de professionele toewijding in de literatuur opmerkelijk genoeg nauwelijks in verband gebracht met het geobjectiveerde loyaliteitsbeginsel. De nadruk in de literatuur ligt op de 'normes, usages et coutumes'1 van de betreffende sector (de 'normaliteit') en minder op het normatieve gezichtspunt van de 'goede trouw' en de 'eerlijke marktpraktijken'. Waar de professionele toewijding in de literatuur wordt uitgelegd aan de hand van de goede trouw, blijkt het om de subjectieve goede trouw te gaan.2 Overigens is de definitie van de 'diligence professionnelle' en dus de verwijzing naar de normatieve gezichtspunten, in lijn met de Franse traditie, niet in de Franse wet opgenomen.3
572. De 'diligence professionnelle' wordt in de literatuur voornamelijk gelijkgesteld met beroepsethische regels — ofwel de `déontologie professionnelle' neergelegd in de zogenaamde 'codes de déontologie' (ethische beroepscodes).4 Dergelijke codes dragen een reglementair, i.e. wettelijk karakter (in tegenstelling tot de 'code de bonne conduite'). Zij bestaan echter slechts in het kader van de vrije beroepen (zoals medici, architecten). Het professionele toewijdingscriterium zal voor de overige beroepen dus voornamelijk worden ingekleurd door de bestaande gebruiken (`les usages').5 De binnen een bepaalde branche gangbare praktijken vormen reeds een bepalend gezichtspunt bij de beoordeling van het misleidende karakter van reclame.6 Ook zullen naar verwachting de 'interne', dat wil zeggen de door de beroepsgroepen zelf vastgestelde, vrijwillige 'codes' een rol spelen.7 De schending van een wettelijke bepaling kan tot slot eveneens een doorslaggevend gezichtspunt bij de invulling van het inhoudscriterium vormen. Een handelen in strijd met een wettelijk verbod vormt immers een handelen in strijd met de 'diligence professionnelle'.8 Over de noodzaak om acht te slaan op de normatieve gezichtspunten wordt in de literatuur niets gezegd. Evenmin wordt het bredere loyaliteitsbeginsel als objectief door de rechter in te vullen beginsel naar voren geschoven.
De praktijk zou weleens een ander beeld kunnen laten zien. In een civiele procedure ingesteld door een consument die niet wist dat hij samen met een laptop een besturingssysteem kocht en hier, terwijl hem dit moeilijk werd gemaakt, vanaf wilde, werd de onrechtmatigheidsnorm uit art. 1382 Cc geconcretiseerd aan de hand van de hoofdnorm uit de richtlijn.9 De toetsing aan de professionele toewijding geschiedde in het licht van bovengenoemde `devoir de loyauté'. Hoewel de rechter geen gebruikmaakte van de open gezichtspunten uit de definitie van de professionele toewijding, ging hij over tot een omstandighedentoets die getuigt van een ruime en normatieve opvatting van het professionele toewijdingscriterium. De schending van de belangen van de niet ingelichte, en in de uitoefening van zijn rechten beknotte, consument werd steeds vooropgesteld. Dat hier volgens de rechter sprake was van een wettelijk verboden koppelverkooppraktijk (art. L.122-1 C.conso. is pas begin 2011 aangepast),10 vormt geen gezichtspunt bij de toetsing aan de professionele toewijding maar speelt wel een belangrijke rol op de achtergrond.