Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.4.1.3:5.4.1.3 Tussenconclusie
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.4.1.3
5.4.1.3 Tussenconclusie
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS499900:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als bij de redelijkheid en billijkheid heeft de wetgever belang gehad bij het codificeren van de open norm, om niet uitputtend te hoeven regelen wat verstaan wordt onder goed huurderschap.
Uit de juridische analyse blijkt dat de open norm ‘goed huurderschap’ met name ruimte biedt aan de rechter en de ruimte van (proces)partijen inperkt. Uitzondering hierop is daar, waar het gaat om de ruimte die de open norm biedt om contractueel in te vullen wat verstaan wordt onder ‘goed huurderschap’ (de huurdersverplichtingen), zij het dat hier rekening gehouden moet worden met de (gevolgen van) (semi)dwingend recht.
Door de in de rechtspraak uitgezette lijnen (bijvoorbeeld: overlast is in strijd met goed huurderschap, en het niet daadwerkelijk constant gebruiken van het gehuurde is in beginsel niet strijdig met goed huurderschap), is de conclusie dat de open norm (ondanks de grote ruimte voor de rechter) gemiddeld tot weinig rechtsonzekerheid leidt.
Daar, waar de rechter wisselende consequenties verbindt aan strijdigheid met goed huurderschap, afhankelijk van de omstandigheden van de huurder, wordt misschien wel tegemoet gekomen aan een rechtvaardigheidsgevoel, maar wordt afgedaan aan de rechtszekerheid.