Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/5.2.1.2
5.2.1.2 Algemene verplichtingen met betrekking tot rechtshandhaving
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955539:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie naast het hierna genoemde art. 41 o.m. art. 43 lid 1 TRIPS (‘in passende gevallen’); art. 45 lid 1 (‘toereikende schadevergoeding’), art. 46 (‘proportionaliteit’); art. 47 lid 1 (‘tenzij dit niet in verhouding zou staan tot de ernst van de inbreuk’); art. 48 lid 1 (‘toereikende schadeloosstelling’); art. 50 lid 2 (‘passend’) en lid 7 (‘passende schadeloosstelling’).
Concl. A-G G. Pitruzzella, ECLI:EU:C:2019:324, bij HvJ EU 12 september 2019, C-688/17 (Bayer/Richter), pt. 31: “Volgens art. 41, lid 1, van de TRIPs-overeenkomst hebben die bepalingen twee fundamentele doelstellingen: zij moeten ervoor zorgen dat is voorzien in doeltreffende procedures voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten voor rechtenhouders en erop toezien dat die procedures zodanig worden toegepast dat het scheppen van belemmeringen voor legitiem handelsverkeer wordt vermeden en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik van deze procedures”.
Het streven naar een doeltreffende en evenwichtige bescherming van intellectuele-eigendomsrechten komt ook tot uiting in Deel III van de TRIPs-overeenkomst, dat betrekking heeft op rechtshandhaving. De afdeling bevat verschillende bepalingen die het idee uitwerken dat een redelijke verhouding moet bestaan tussen het belang van de rechthebbende bij handhaving van zijn recht en andere belangen.1 Een bijzonder belangrijke bepaling in dit verband is art. 41 TRIPs. Dit artikel schetst algemene verplichtingen waaraan procedures voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten moeten voldoen. Het eerste lid bepaalt in dit verband dat Lidstaten moeten voorzien in procedures voor de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van het creëren van snelle middelen om deze inbreuken te voorkomen, en dat deze procedures zodanig worden vormgegeven dat doeltreffend kan worden opgetreden tegen inbreuk, dat het scheppen van belemmeringen voor legitiem handelsverkeer wordt vermeden en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik van deze procedures. Het tweede lid voegt hieraan toe dat de genoemde procedures eerlijk en billijk dienen te zijn, niet onnodig ingewikkeld of kostbaar mogen zijn en geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen mogen inhouden.2