Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.3.2.3
3.3.2.3 De theorie van de fysieke macht
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS394043:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De benaming realistic theory (realistische theorie) wordt gebruikt door R.J.S. Martha, a.w.
Vgl. F.W.G.M. van Brunschot, De wet van de fiscale jungle, WFR 1995, blz. 141 en F.W.G.M. van Brunschot, Internationale belastingvlucht van lichamen (2). Bespreking van het rapport van de Commissie ter bestudering van het verschijnsel internationale belastingvlucht van lichamen, en van maatregelen daartegen, in: Geschriften van de Vereniging voor Belastingwetenschap, nr. 198, Deventer, Kluwer, 1995, blz. 7.
E. Stimson, Jurisdiction & Power to Tax 1933, zoals geciteerd in: R.J.S. Martha, a.w., blz. 19.
A.H. Quershi, The freedom of a state to legislate in fiscal matters under general international law, IBDF Bulletin 1987, blz. 14 e.v. en A.A. Knechtle, Basic problems in international fiscal law, Deventer, Kluwer, 1979, blz. 34.
M. Wang, Tax jurisdiction in electronic commerce from the perspective of public international law – a particular examination on income tax, Intertax november 2006, blz. 530.
Aldus ook. J.H. Beale, The jurisdiction of a sovereign state, Harvard Law Review January 1923, blz. 241. Vgl. J.L.M. Gribnau, Rechtsbetrekkingen en rechtsbeginselen in het belastingrecht. Rechtstheoretische beschouwingen over navordering, toezegging en fiscale vaststellingsovereenkomst, Arnhem, Gouda Quint, 1998, blz. 84-96.
A.H. Quershi, a.w., blz. 19.
De realistische theorie1 of de theorie van de fysieke macht2 stelt dat het recht om belasting te heffen gelijk staat aan feitelijke macht.3 Een staat kan belasting heffen van die rechtssubjecten over wie hij feitelijk macht kan uitoefenen. De realistische theorie impliceert slechts één grens aan het recht om te heffen, de territoriale grens. Rechtssubjecten die zich niet op het grondgebied van de staat bevinden en geen bezittingen hebben op het grondgebied van de staat kunnen niet in de heffing worden betrokken. Simpelweg omdat een staat over zijn grenzen heen geen macht kan uitoefenen.4 Tegenstanders van de realistische theorie stellen dat een staat slechts het recht heeft om te heffen indien er een redelijke band bestaat tussen het rechtssubject van wie men belasting wil heffen en de staat.5 Indien en voor zover de realistische theorie uitgaat van het standpunt dat een staat vrij is om die heffingsbevoegdheden op te leggen die het wil, kan deze mijns inziens niet als juist worden aanvaard. In een moderne samenleving als de onze kan belastingheffing niet zijn gebaseerd op de wil van één of meer personen die aan de macht zijn. Zij moeten handelen in overeenstemming met beginselen die ten grondslag liggen aan de samenleving en eventueel door de burgers zijn vastgelegd in een wet.6 Indien en voor zover de realistische theorie slechts tot uitdrukking brengt dat een staat binnen het rechtskader dat hij heeft (de beginselen die aan de samenleving ten grondslag liggen) zoekt naar de meest effectieve manier van belastingheffing en deze vervolgens aan de burgers oplegt, kan deze mijns inziens wel als gedachtegang over het recht om te heffen worden aanvaard.7 De theorie brengt dan slechts tot uitdrukking dat het opleggen van belastingen niet plaatsvindt op basis van een voorondersteld contract of vanuit de gedachte dat diegene die voordeel heeft van voorzieningen van de staat aan de uitgaven van die staat moet bijdragen. Een staat kan dan bijvoorbeeld besluiten diegene die slechts kort op het grondgebied van de staat aanwezig is (deze zou op rond van de contracttheorie en de vergoedingstheorie in de heffing betrokken moeten worden) buiten de heffing te laten. Een dergelijke benadering van de realistische theorie brengt echter met zich dat ook in deze theorie bepaalde beginselen in acht moeten worden genomen, waarvan de gedachte dat men belasting moet betalen omdat men voordeel heeft van de voorzieningen van de staat er één zal zijn. Deze benaderingswijze is echter onderdeel van een andere theorie de, hierna te bespreken, soevereiniteitstheorie.