De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board
Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VII.2.1:VII.2.1 Inleiding
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VII.2.1
VII.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. N. Kreileman , datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242726:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder anderen Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/194; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/203; en Assink|Slagter 2013 (Deel 1), § 13.1, p. 211-212.
Zie Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 3, p. 8 en 14 (MvT); en Kamerstukken I 2010/11, 31 763, C, p. 4 en 15-16 (MvA).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals ik reeds in § V.2 schreef, staat in het Nederlandse ondernemingsrecht het beginsel van collegiaal bestuur centraal. Van oudsher wordt aangenomen dat het besturen van de vennootschap bij een meerhoofdig bestuur de taak van de gezamenlijke bestuurders als college is. De bestuurders zijn daar dan ook als collectief verantwoordelijk voor.1 Deze collectieve verantwoordelijkheid kan resulteren in een hoofdelijke aansprakelijkheid van degenen die deel uitmaken van het bestuurscollectief.
In een one tier board is dat niet anders. Hoewel de bestuurstaken behoren te worden verdeeld over de uitvoerende en de niet-uitvoerende bestuurders, staat ook daar het beginsel van collectief bestuur centraal.2 Een interessante vraag is hoe het uitgangspunt van collectieve verantwoordelijkheid en – in het verlengde daarvan – collectieve aansprakelijkheid uitwerkt in een one tier board. Hebben de verschillende posities van de uitvoerende en de niet-uitvoerende bestuurders daar invloed op?