Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking
Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/10.1:10.1 In het kort
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/10.1
10.1 In het kort
Documentgegevens:
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS197002:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
[368] Onmiddellijke voorzieningen kunnen rechtsplichten van de rechtspersoon in het leven roepen, die in strijd zijn met zijn contractuele verplichtingen. De onmiddellijke voorziening heeft in dat geval geen absolute voorrang. Naar geldend recht behoudt de contractpartner van de rechtspersoon rechten. Deze geldende rechtstoestand benadert wel de situatie waarin de onmiddellijke voorziening voorrang heeft. Dat is zichtbaar bij de nakomingsvordering. Die behoort gedurende de looptijd van de onmiddellijke voorziening te worden afgewezen, zodat de onmiddellijke voorziening het zwaarst weegt. Uitzonderingen daargelaten, heeft de wederpartij een vordering tot schadevergoeding op de rechtspersoon als een onmiddellijke voorziening inbreuk maakt op de contractuele rechtsverhouding. Schadevergoeding is in dat geval het offer dat de rechtspersoon brengt voor (een maatregel die vereist is voor) zijn gezonde toestand of zijn voortbestaan. Dat offer kan mijns inziens in beginsel van de rechtspersoon gevraagd worden.