Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.4.1:5.4.1 Inleiding
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.4.1
5.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708433:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
O.a. HR 15 juli 2022, NJ 2022/367, r.o. 3.2.1; HR 10 mei 1985, NJ 1985/792 (Smit/Van der Sijs q.q.), r.o. 3.2; HR 3 oktober 1935, NJ 1936/96 en HR 31 december 1925, NJ 1926, p. 316.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat artikel 69 Fw (in ieder geval in beginsel) uitsluitend is bedoeld voor het uitoefenen van invloed op het beheer van de boedel en niet om persoonlijke rechten tegenover de boedel geldend te maken.1 De implicatie hiervan is dat in beginsel alleen boedelbelangen een rol kunnen spelen bij de beoordeling van een artikel 69-verzoek. Andere belangen spelen bij de beoordeling in beginsel geen rol. Het is de vraag of dit beginsel niet aan herziening toe is.
In deze paragraaf wordt eerst onderzocht wat op basis van huidig recht aan de orde kan worden gesteld in een artikel 69-verzoek. In paragraaf 5.4.2 wordt ingegaan op de huidige reikwijdte. Op artikel 69 Fw kan geen beroep worden gedaan als dit in strijd is met (het systeem van) de Faillissementswet. Persoonlijke rechten kunnen niet aan de orde worden gesteld, hoewel dat uitgangspunt een aantal uitzonderingen kent. Een schuldeiser kan alleen zijn belangen als schuldeiser aan de orde stellen. Belangen van maatschappelijke aard kunnen niet primair ten grondslag worden gelegd aan een artikel 69-verzoek, hoewel de rechter deze belangen mijns inziens wel mag meewegen bij de beoordeling. In paragraaf 5.4.3 wordt beargumenteerd dat een bredere toepassing van artikel 69 wenselijk is.