Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/8.7
8.7 Onderlinge afspraken tussen beursgenoteerde vennootschappen
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS349476:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In dit verband noem ik ook het winterpaleis, een door banken en institutionele beleggers opgezet fonds waar vennootschappen in oorlogstijd bij kunnen aankloppen. Zie hierover Blanco Fernández, Uitgifte van preferente beschermingsaandelen, De NV 67 (1989), p. 155 en Slagter, De financiering van een Stichting Continuïteit als houdster van beschermingsprefs, TVVS 1991/7, p. 183.
Denk bijvoorbeeld aan bedrijven zoals Fugro en SBM Offshore die oliebedrijven als Shell bij hun winning van dienst zijn, bijvoorbeeld in de vorm van opsporing, technologie of de bouw van olieplatforms.
Zo geldt ingevolge art. 2:115 lid 2 BW een oproeptermijn van 42 dagen. Overigens zou de goedkeuring naar mijn mening ook achteraf verleend kunnen worden. Art. 2:107a BW spreekt niet van voorafgaande goedkeuring.
De vennootschap zou ook met een aantal andere vennootschappen afspraken kunnen maken om elkaar over en weer te helpen in een situatie van oorlogstijd.1 Te denken valt aan vennootschappen die van elkaar afhankelijk zijn, bijvoorbeeld leveranciers van de vennootschap.2 De afspraak kan dan inhouden dat zodra bij een van de vennootschappen zich een situatie van oorlogstijd voordoet en het voortbestaan van die vennootschap op het spel staat, de andere vennootschappen beschermingsprefs nemen in het kapitaal van de bedreigde vennootschap. Hoe meer vennootschappen meedoen, des te lager de financieringslasten per vennootschap zullen zijn. Omdat de te hulp schietende vennootschappen over overwegende zeggenschap zullen beschikken in de belaagde vennootschap, zal de biedplicht van toepassing zijn. Dit alternatief werkt daarom niet in een situatie van een vijandig openbaar bod.
Bij deze structuur dient met een aantal vennootschapsrechtelijke kwesties rekening gehouden te worden. Zo zal het nemen van beschermingsprefs binnen het doel van de vennootschappen alsook in ieders belang en dat van hun ondernemingen moeten vallen. Van een belang kan al snel sprake zijn indien de vennootschappen van elkaar afhankelijk zijn. Een nadeel van deze variant is dat indien de uit beschermingsprefs bestaande deelneming in het kapitaal van de vennootschap die beschermd dient te worden een waarde vertegenwoordigt van ten minste een derde van het bedrag van de activa van de vennootschap die de beschermingsprefs neemt, goedkeuring vereist is van de algemene vergadering op grond van art. 2:107a BW. Los van de vraag of die algemene vergadering deze goedkeuring geeft, brengt het bijeenroepen van een algemene vergadering de nodige voorbereiding en tijd met zich mee, hetgeen een slagvaardig optreden bemoeilijkt.3 Ten slotte moeten de vennootschappen de op de beschermingsprefs te storten gelden beschikbaar houden.