Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.5.5.3
III.5.5.3 Normadressaat van vergunningen
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460191:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
MvT op de Omgevingswet, Kamerstukken II 2013/14, 33962, 3, p. 506; Kamerstukken II 2017/18, 34986, 3, p. 197; Kamerstukken II 2006/07, 30844, 3, p. 113; Kamerstukken II 2013/14, 33962, 3, p. 506; Kamerstukken II 2017/18, 34986, 3, p. 197.
Kamerstukken II 2013/14, 33962, 3, p. 506. Art. 2.9 Ontwerpbesluit activiteiten leefomgeving. Zie ook Kamerstukken II 2017/18, 34986, nr. 3, p. 578: “Voor deze bepaling is geen overgangsrecht nodig. Ook onder de Omgevingswet geldt het zaaksgebonden karakter van de omgevingsvergunning”. Zie voorts de opmerkingen hierover van Van ’t Lam & Bruijnsteen in hun annotatie bij ABRvS 1 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:522, M&R 2017/70 (Chemours/Dupont), par. 5 en 6.
Kamerstukken II 2017/18, 34986, 3, p. 197-198.
Als er wel voorafgaand toestemming nodig is voor de activiteit, dan verloopt dit via de omgevingsvergunning.1 Er wordt gesproken van ‘activiteit’ in plaats van ‘project’, maar verder is zowel de tekst als de toelichting van het artikel dat de normadressaat aanwijst, artikel 5.37 Ow, nagenoeg gelijk aan die van artikel 2.25 Wabo.2 Ook in de Omgevingswet is de ‘vergunninghouder’ de adressaat van de vergunningsvoorschriften, en zijn de vergunningen zaaksgebonden waardoor onder vergunninghouder moet worden verstaan ‘degene die verantwoordelijk is voor het verrichten van de desbetreffende activiteit of activiteiten’.3 Er kunnen meerdere (rechts)personen worden aangemerkt als ‘vergunninghouder’, zij dragen dan gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor de naleving van de voorschriften. Die gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle vergunninghouders brengt volgens de wetgever ook mee dat in beginsel tegen elke vergunninghouder handhavend kan worden opgetreden bij het niet-naleven van vergunningvoorschriften, voor zover uiteraard in het concrete geval wordt voldaan aan de eisen die de Awb stelt aan het zijn van overtreder.4
Daarmee rijst de vraag of de gezamenlijke verantwoordelijkheid ook geldt voor deeldrijvers. In paragraaf III.5.4.3 heb ik betoogd dat deeldrijvers slechts verantwoordelijk zijn voor eigen deel. Een deeldrijver is dan geen normadressaat van voorschriften die betrekking hebben op activiteiten binnen de inrichting waarover een andere persoon uitsluitend zeggenschap heeft. Als in het kader van de Omgevingswet deeldrijvers adressaat zijn van álle vergunningsvoorschriften, dan zou dit een aanzienlijke koerswijziging opleveren ten opzichte van wat volgens mij geldend recht is. Een tegemoetkoming aan de ruimere adressering is de hierna besproken wettelijke mogelijkheid om een verantwoordelijkheidsverdeling tussen vergunninghouders te maken.