De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.3.4.1:6.3.4.1 Inleidende opmerkingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.3.4.1
6.3.4.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397161:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 5.5.4 is erop gewezen dat de Richtlijn - of enig ander Europees wetgevingsinstrument - er niet in voorziet dat benadeelden van een ongeval dat is veroorzaakt door een motorrijtuig dat bij een insolvente verzekeraar verzekerd is, zich tot het waarborgfonds kunnen wenden. Het is ook niet te verwachten dat een dergelijke uitbreiding van de bescherming die door het waarborgfonds wordt geboden spoedig zal worden ingevoerd.
Weliswaar wordt nagedacht over een opvangregeling (insurance guarantee scheme), de kans dat een dergelijke, de gehele verzekeringsbedrijfstak, bestrijkende regeling spoedig zal worden ingevoerd, lijkt niet groot. Er bestaan aarzelingen om een dergelijk stelsel buiten de levensverzekering in te voeren. Als dat al het geval is en als de schadeverzekeringsbranche eronder zou komen te vallen, is het maar de vraag welke schadebranches eronder zouden worden gebracht. Dat zulks voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen zou gelden ligt intussen wel voor de hand: het belang van slachtofferbescherming speelt hier een nog grotere rol dan bij andere schadeverzekeringsvormen. De benadeelde is hier bijna steeds een ander dan de verzekeringnemer en heeft geen enkele invloed op de keuze van de verzekeraar van degene die de schade veroorzaakt. Het verplichte karakter van deze aansprakelijkheidsverzekering biedt een extra argument om deze verzekeringsvorm onder een eventuele opvangregeling te brengen.
Als de EU een opvangregeling voor motorrijtuigverzekeraars zou introduceren is overigens daarmee niet gezegd dat deze bij het waarborgfonds zou (moeten) worden ondergebracht. Zij zou ook onderdeel van een algemener vormgegeven opvangregeling kunnen zijn (al zou dat niet voor de hand liggen en ook te betreuren zijn, nu de wetgeving van een aantal lidstaten er al in voorziet dat in geval van insolventie van een Wam-verzekeraar het waarborgfonds kan worden aangesproken door de benadeelde derde). Zie bijvoorbeeld de regeling in het Verenigd Koninkrijk, vermeld in paragraaf 5.5.5.
Ook in het kader van schadegevallen in de zin van de 4e Richtlijn kan insolventie van de aansprakelijke verzekeraar spelen. In het faillissement kunnen vorderingen vallen van bezoekers die slachtoffer zijn geworden van een ongeval waarvoor een verzekerde van de (nadien) in staat van insolventie geraakte verzekeraar aansprakelijk is. In deze paragraaf wordt nagegaan in welke positie de benadeelde, de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen zich bevinden in afwezigheid van een communautaire regeling.
In het kader van de bescherming van het bezoekende slachtoffer kunnen zich verschillende scenario's voordoen die tot evenzeer verschillende resultaten kunnen leiden voor wat betreft de vraag of de benadeelde een aanspraak op het schadevergoedingsorgaan geldend kan maken en eveneens voor wat betreft het regres van dat orgaan op het schadevergoedingsorgaan of het waarborgfonds van de lidstaat van vestiging van de verzekeraar.
In de navolgende analyse is het uitgangspunt dat de verzekeraar gevestigd is in de lidstaat waar het aansprakelijke voertuig gewoonlijk is gestald. De bijzonderheid dat de insolvente verzekeraar vanuit een andere lidstaat in dienstverrichting werkzaam is in de lidstaat van de gewone standplaats van het aansprakelijke voertuig komt aan de orde in paragraaf 63.5.
De volgende situaties doen zich in geval van insolventie van een verzekeraar in het kader van het bezoekende slachtoffer voor:
a) Het ongeval vindt plaats voor de datum van insolventie. De benadeelde heeft een vordering ingediend bij de schaderegelaar van de verzekeraar. Hij heeft daarop - binnen drie maanden - een gemotiveerd antwoord ontvangen, waarbij aansprakelijkheid werd erkend. De schadevergoeding wordt evenwel ten gevolge van het faillissement niet uitbetaald.
b) De omstandigheden zijn dezelfde als in geval a), maar nu ontvangt de benadeelde geen gemotiveerd antwoord binnen de termijn van drie maanden. Hij wendt zich nog voor het faillissement tot het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van zijn woonplaats. Voor afloop van de termijn van twee maanden die dat schadevergoedingsorgaan in acht moet nemen alvorens het de schade zelf in behandeling kan nemen, failleert de verzekeraar. Er komt geen gemotiveerd - inhoudelijke - reactie, maar alleen de aankondiging van het faillissement.
c) Hetzelfde geval als in b), maar nu antwoordt de maatschappij (of de curator) wel gemotiveerd en inhoudelijk en binnen de termijn van twee maanden. Schadevergoeding blijft echter uit.
d) De verzekeraar geraakt in staat van faillissement voor de datum van het ongeval, de polis wordt voor de datum van het ongeval opgezegd door de curator. De aansprakelijke heeft nog geen nieuwe verzekering kunnen afsluiten.