Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/8.1:8.1 Inleiding
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS416277:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 4.4.8.2 heb ik het evenredigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk wettelijk overgangsbeleid geïntroduceerd. Dit beginsel zorgt ervoor dat de wetgever een overgangsregime treft dat enerzijds geschikt is om de aan het overgangsregime ten grondslag liggende doelstellingen te realiseren en anderzijds voorkomt dat individuele belastingplichtigen worden geconfronteerd met een buitenproportionele last. Het evenredigheidsbeginsel fungeert op deze wijze als zelfstandig rechtsbeginsel. In hfdst. 6 kwam het evenredigheidsbeginsel al aan de orde als techniek om te beoordelen of sprake is van een schending van het non-discriminatiebeginsel of het eigendomsrecht. Het evenredigheidsbeginsel maakt in die context deel uit van het beginsel van overeenstemming met hogere regelgeving en kan alleen worden ingeroepen als er sprake is van discriminatie of indien een inbreuk op eigendom wordt gemaakt.
Het evenredigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk overgangsbeleid levert – in tegenstelling tot de overige materiële beginselen van behoorlijk wettelijk overgangsbeleid – in beginsel geen zelfstandige grond op voor de invoering van een bepaald overgangsregime. Het vormt een middel om te komen tot een belangenafweging indien op basis van de andere beginselen van behoorlijk overgangsbeleid verschillende overgangsregimes mogelijk zijn. Meer concreet heeft het evenredigheidsbeginsel binnen dit onderzoek twee functies:
indien op basis van de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid verschillende overgangsregimes geschikt zijn, maakt het evenredigheidsbeginsel inzichtelijk of een bepaald overgangsregime ook noodzakelijk is en of het leidt tot een voor de belastingplichtige buitenproportionele last;1 en
de wetgever kan een – niet rechtstreeks uit de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid voortvloeiende – doelstelling nastreven die het algemeen belang dient; het evenredigheidsbeginsel bewaakt het evenwicht tussen het algemeen belang en de belangen van de belastingplichtige in die zin dat de doelstelling legitiem moet zijn en het te treffen overgangsregime noodzakelijk is en voorts niet leidt tot een buitenproportionele last.
Het evenredigheidsbeginsel valt uiteen in drie elementen: geschiktheid, noodzakelijkheid en evenredigheid in enge zin (proportionaliteitsbeginsel).2 Het eerste element, geschiktheid, valt uiteen in twee delen. Ten eerste moet worden vastgesteld welk doel wordt nagestreefd en of dit doel legitiem is. Ten tweede moet worden getoetst met behulp van welke maatregel dit doel kan worden bereikt. De vraag welke doelstellingen in het kader van dit onderzoek legitiem kunnen zijn, behandel ik in par. 8.2. In par. 8.3 komen de geschiktheids- en noodzakelijkheidstest aan de orde. Het evenredigheidsbeginsel in enge zin werk ik uit in par. 8.4. Het hoofdstuk sluit ik in par. 8.5 af met een conclusie.