Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/I.2.3:I.2.3 Rechtsvergelijking
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/I.2.3
I.2.3 Rechtsvergelijking
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178886:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Argumenten zijn mede in vreemde rechtsstelsels te vinden. In dit proefschrift wordt geput uit het Duitse recht, het Belgische recht en het bestuursrecht. Rechtsvergelijking is echter geen doel op zich en komt daarom alleen terug waar ze iets toevoegt aan het Nederlandse debat. Afzonderlijke hoofdstukken met vreemd recht ontbreken. Per hoofdstuk verschilt de mate waarin de drie andere stelsels terugkomen. Kortheidshalve heb ik ervan afgezien dat steeds te verantwoorden. De lezer mag ervan uitgaan dat de drie rechtsstelsels alle zijn bestudeerd – als ergens bijvoorbeeld het Belgische recht ontbreekt, hadden de Belgen over het desbetreffende onderwerp niets noemenswaardigs te zeggen.
Waarom deze drie stelsels? Eerst en vooral strekt het Duitse recht tot inspiratie, omdat de Duitse dogmatiek uit de negentiende eeuw aan de oorsprong ligt van ons denken over het besluit.1 Het Nederlandse en Duitse recht laten zich goed vergelijken. Daarbij komt dat de omvangrijke Duitse literatuur getuigt van een doorontwikkelde dogmatiek en vaak originele gedachten opwerpt. Hoe anders is de toestand van het Belgische recht, het tweede stelsel waarmee is vergeleken. De vaak weinig dogmatische, Frans georiënteerde benadering van onze zuiderburen dient als tegenhanger van de soms wat zwaarwichtige Duitse (en Nederlandse) aanpak. Ten slotte is een enkele keer het bestuursrecht in de beschouwingen betrokken. Weliswaar steekt het bestuursrecht fundamenteel anders in elkaar dan het rechtspersonenrecht, maar de problematiek komt op punten overeen. Van een vergelijking met andere stelsels heb ik moeten afzien omwille van de beschikbare tijd, bronnen en taalkennis. In het bijzonder wijkt het Anglo-Amerikaanse recht zozeer van het onze af, dat een zinnige vergelijking niet aansluit bij de in dit proefschrift gekozen aanpak.2 Het Franse recht voegt naast het Belgische weinig toe.