Einde inhoudsopgave
Afscheid van de klassieke procedure (NJV 2017-1) 2017/III.7.4.3
III.7.4.3 Vonnisafspraken
J.H. Crijns en R.S.B. Kool, datum 08-06-2017
- Datum
08-06-2017
- Auteur
J.H. Crijns en R.S.B. Kool
- JCDI
JCDI:ADS301952:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 8 bij de bespreking van de consensualiteit. Overigens zijn in de literatuur bezwaren geuit tegen de invoering van vonnisafspraken. Die bezwaren zien vooral op het ondoorzichtige karakter van deze praktijken en het mogelijk strategisch gebruik; zie Lensing 2009, Frielink 2010, Peters 2015 en Tak 2011, p. 17-20 en 35.
We refereren aan de inbreng van de zijde van de advocatuur op de voorbespreking van het preadvies aan de hand van een position paper in het kader van de Jonge NJV vergadering, d.d. 1 februari 2017. Zie hierover Nan 2017.
Een derde mogelijkheid die kan worden overwogen is het invoeren van vonnisafspraken, zoals gepraktiseerd in Duitsland1 en Oostenrijk. Deze mogelijkheid sluit aan op de opdracht van de wetgever aan de rechter om bij de straftoemeting rekening te houden met de uitkomsten van de herstelbemiddeling (art. 51h lid 2 Sv). Dat roept weliswaar het risico op van ‘strategisch gebruik’ van de herstelbemiddeling door de verdachte, maar dat risico is in een dwangkader als het strafrechtelijke onvermijdelijk.2 Hier geldt evenwel, zoals bij alle herstelgerichte activiteiten, dat het slachtofferbelang bewaakt dient te worden. Er is echter nog een ander bezwaar tegen deze modaliteit, want zo’n afdoening leidt tot justitiële documentatie en kan gevolgen hebben voor de verklaring omtrent gedrag. Dat laatste vormt, zo werd ons ook van de zijde van de advocatuur meegegeven,3 een belangrijk aandachtspunt. Juist vanuit het subsidiaire karakter van de herstelbemiddeling en de daaraan verbonden gedachte van een zinvoller bestraffing zou de vorming van (verdere) justitiële documentatie moeten worden voorkomen. Daarin ligt ook een ingang om de bereidheid bij de verdachte te bevorderen om het feit te erkennen en gevolg te geven aan de oproep om op directere wijze verantwoording te nemen voor het gedrag en de te herstellen gevolgen.
Overigens liggen in het stelsel van ‘vonnisafspraken’ mogelijk ook aanknopingspunten voor een meer opportune afdoening van strafzaken waarin niet kan worden volstaan met afdoening via de herstelbemiddeling. Ook dan geldt dat de herstelbemiddeling op initiatief van de rechter, als onderdeel van een omvangrijker sanctionering, recht kan doen aan het slachtofferbelang en aan de subsidiariteit van een strafrechtelijke afdoening. Wanneer dat het geval lijkt te zijn, zou in de fase van het voortraject via een regiebeslissing van de rechter verkend moeten worden of betrokkenen daartoe bereid zijn.