Aandeelhoudersverantwoordelijkheid
Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.8:7.8 Samenvatting en conclusie
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/7.8
7.8 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS296533:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dit verband wel de recente wijzigingen als gevolg van de flexibilisering van de besloten vennootschap (hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.3.).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is uiteengezet welke mogelijkheden voor een belanghebbende openstaan wanneer zijn belang door de aandeelhouder is of zal worden geschaad. Het gaat hierbij om acties die kunnen worden ingesteld tegen de individuele aandeelhouder, niet tegen de algemene vergadering van aandeelhouders.
Daarbij is allereerst gewezen op de mogelijkheid van nietigheid en de onmogelijkheid van vernietiging van stemmen. Daar lijkt derhalve in de regel weinig ruimte te liggen voor de belanghebbende, omdat vernietigbaarheid is uitgesloten en nietigheid slechts onder een beperkt aantal omstandigheden mogelijk is. Ten tweede is gewezen op de mogelijkheid om te vorderen dat een aandeelhouder zich onthoudt van bepaalde gedragingen of zijn gedrag herziet, al dan niet gesteund door het middel van reële executie. Hier lijken meer mogelijkheden te liggen voor belanghebbenden, waarbij zowel de enquêteprocedure als het kort geding, uitkomst kunnen bieden. Daarbij is belangrijk dat de mogelijkheid tot het verzoeken van een enquêteprocedure onlangs is uitgebreid, zodat ook (het bestuur van) de vennootschap zelf de bevoegdheid heeft om een verzoekschrift in te dienen en dat niet-enquêtegerechtigden wel een verweerschrift kunnen indienen, waarbij zij zelf kunnen verzoeken om een onmiddellijke voorziening. Desalniettemin staat niet voor iedere belanghebbende deze mogelijkheid open. Zij zullen zich moeten richten tot de rechter in kort geding, waarbij zij hun belang bij de vordering goed moeten toelichten. Ten derde bestaat de mogelijkheid om, op grond van de geschillenregeling, de aandeelhouder uit te stoten. Deze mogelijkheid staat echter alleen open voor de andere aandeelhouder( s), niet voor andere belanghebbenden bij de vennootschap. Tot slot is er een vierde mogelijkheid, namelijk de aansprakelijkstelling van de aandeelhouder door een belanghebbende, maar aansprakelijkstelling blijkt geen eenvoudige weg te zijn en er zal in de regel sprake moeten zijn van een meer vergaande mate van betrokkenheid dan enkel het aandeelhouderschap, wil een actie tot aansprakelijkstelling slagen. Het oorspronkelijke uitgangspunt dat een aandeelhouder niet enige verplichting tegen zijn wil kan worden opgelegd behoudens storting tot het nominale bedrag van de aandelen,1 ligt nog relatief fier ten grondslag aan de kapitaalvennootschap.
De voornoemde mogelijkheden zijn vaak niet de enige mogelijkheden voor de belanghebbende om zijn doel te bereiken. De belanghebbende heeft niet alleen de mogelijkheid om te ageren tegen de individuele aandeelhouder, maar vaak ook tegen het resultaat van het handelen van de individuele aandeelhouder, zijnde het besluit dat door de algemene vergadering van aandeelhouders wordt genomen als gevolg van het stemmen van de aandeelhouder. Hoewel niet alle handelingen van de aandeelhouder bestaan uit het stemmen op een algemene vergadering van aandeelhouders, is het stemrecht wel het belangrijkste organisatierechtelijke recht en ook het recht dat het vaakst de belangen van andere belanghebbenden zal beïnvloeden en (mogelijk) schaden.
Ondanks het feit dat belanghebbenden al een aantal correctiemogelijkheden hebben om te ageren tegen (voorgenomen) onrechtmatig gedrag van de aandeelhouder, zouden deze mogelijkheden verder kunnen worden versterkt. Dit is ook wenselijk vanuit de gedachte dat de vennootschap een belangengemeenschap is, waarbij aandeelhouders onder omstandigheden ook rekening dienen te houden met de belangen van andere belanghebbenden, waarbij die belanghebbenden niet beperkt zijn tot de andere institutioneel betrokkenen. Hierboven zijn drie mogelijkheden aangedragen, namelijk (i) een verbreding van de reikwijdte van de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8BW, (ii) het creëren van de mogelijkheid voor belanghebbenden om indirect een enquêteverzoek te kunnen doen via de advocaat-generaal van het Hof Amsterdam en (iii) het verbeteren van de mogelijkheid tot het definitief overdragen van aandelen, en is gewezen op het wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen II dat voor internet consultatie is aangeboden.
De volgende twee hoofdstukken richten zich op de algemene vergadering van aandeelhouders, haar positie binnen de vennootschap en de mogelijkheden van belanghebbenden om besluiten van dit orgaan aan te tasten. Daaruit blijkt onder meer dat de positie van het orgaan een wezenlijk andere is dan die van haar individuele leden.