Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/2.6.2:2.6.2 De drie Obliegenheit-kenmerken getoetst; lessen voor het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/2.6.2
2.6.2 De drie Obliegenheit-kenmerken getoetst; lessen voor het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973638:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de Obliegenheit wordt in abstracto een drietal eigenschappen toegedicht: (i) een Obliegenheit is naar zijn aard niet-afdwingbaar; (ii) schending van een Obliegenheit resulteert slechts in een beperking van eigen rechten en brengt geen schadeplichtigheid mee en (iii) kan slechts worden aangenomen in een door de redelijkheid en billijkheid beheerste rechtsbetrekking.
Uit dit hoofdstuk is naar voren gekomen dat het kenmerk van niet-afdwingbaarheid niet onverkort geldt voor alle rechtsfiguren waaraan een Obliegenheit-karakter wordt toegedicht. Ten aanzien van rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten wordt evenwel algemeen aangenomen dat zij niet-afdwingbaar zijn. Ik heb betoogd dat het in het gegeven geval wenselijk kan zijn om de kennisgevingsplicht in het kader van art. 6:89 en 7:23 lid 1 BW en de consistentieplicht in het kader van het leerstuk rechtsverwerking af te kunnen dwingen. Het Obliegenheit-karakter van beide leerstukken staat daaraan niet in de weg.
Het kenmerk van beperking van schuldeisersrechten als enige sanctie op schending van een Obliegenheit is eveneens toe aan nuancering. De door mij besproken leerstukken laten zien dat een pallet aan sancties mogelijk is. Het leerstuk rechtsverwerking loopt daarmee in de pas, omdat de sanctie rechtsverwerking naar de heersende leer kan worden toegesneden op de concrete gevolgen van het specifieke laakbare schuldeisersgedrag. De sanctie op schending van de wettelijke klachtplichten kan volgens de heersende leer daarentegen slechts bestaan in rechtsverval. De vraag rijst of relativering van die sanctie mogelijk is. Die vraag vloeit niet alleen voort uit mijn bevindingen in par. 2.5, maar wordt ook opgeroepen door de ratio van Obliegenheiten en meer in het bijzonder het proportionele karakter daarvan. Deze vraag komt in hoofdstuk 5 aan de orde.
Tot slot is uit dit hoofdstuk gebleken dat voor het aannemen van een Obliegenheiteen rechtsbetrekking tussen partijen is vereist, maar niet noodzakelijk een reeds bestaande ten tijde van de relevante gebeurtenissen.