Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/6.4.3
6.4.3 Het doel van de bepaling
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS297095:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie A. Eigelshoven in K. Vogel, M. Lehner, Doppelbesteuerungsabkommen Kommentar, 4. Auflage, München: Verlag C.H. Beck 2003, p. 833; F. Wassermeyer in F. Wassermeyer, M. Lang, J. Schuch, Doppelbesteuerung, OECD Musterabkommen DBA Österreich-Deutschland, Kommentar, Wien: Linde Verlag 2004, p. 748 en H. Becker in: DBA Kommentar Loseblatt, H. Becker, H.-D. Hoeppner, S. Grotherr, H.-K. Kroppen, Herne/Berlin: Verlag Neue Wirtschafts-Briefe, p. 10 (art. 9 OECD-MA Rz 10).
Vergelijk, in algemene zin, Engelen die meent dat het niet verdedigbaar is om op grond van een teleologische interpretatie een betekenis aan een verdragsbepaling te geven die het kader van haar bewoordingen te buiten gaat. F. Engelen, Interpretation of Tax Treaties under International Law, Doctoral Series 7, Amsterdam: IBFD Academic Counsel 2004, p. 173 en p. 427.
Brandsma kent een ruimere strekking toe aan de bepaling over gelieerde ondernemingen. Hij meent dat dit artikel een juiste verdeling van de winst van gelieerde partijen over beide verdragsstaten zonder economisch dubbele heffing beoogt. R.P.W.M. Brandsma, Fiscale onderkapitalisatie van vennootschappen, FM nr. 111, Deventer: Kluwer 2004, p.115. In dezelfde zin S. van Weeghel, ‘Enkele internationale aspecten van de onderkapitalisatieregeling’, Tijdschrift Fiscaal Ondernemingsrecht juni 2004, p. 113.
Het doel van art. 9, lid 1, OESO-modelverdrag is – naar algemeen wordt aangenomen1 – om economisch dubbele belastingheffing te vermijden die zou kunnen ontstaan wanneer twee staten dezelfde winst op een bepaalde transactie tussen gelieerde ondernemingen zouden belasten. De bepaling staat toe om de winst op de transactie met een gelieerde onderneming te verhogen mits daarbij het arm’s length-beginsel in aanmerking wordt genomen. De winst op de transactie mag in dat geval niet hoger worden vastgesteld dan de winst die zou zijn behaald op een vergelijkbare transactie met een ongelieerde onderneming.
Het doel van de bepaling over gelieerde ondernemingen is niet om in alle gevallen economisch dubbele belastingheffing te vermijden. Alleen in de gevallen die door art. 9, lid 1, OESO-modelverdrag worden bestreken, is de voorkoming van economisch dubbele belastingheffing beoogd. Uit de bewoordingen van de bepaling volgt echter dat zij geen betrekking heeft op regels tegen onderkapitalisatie. Het doel van de bepaling leidt daarom niet tot een andere conclusie.2, 3