Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/14.5.2
14.5.2 Beoordeling
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947739:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
CDL-AD(2002)23 van de Venice Commission (30 oktober 2002), Code of Good Practice in Electoral Matters, p. 24. Het EHRM heeft overigens geoordeeld dat anonieme foto’s van ingevulde stembiljetten niet strijd zijn met het stemgeheim, omdat het anonieme aspect het uitoefenen van druk op kiezers onmogelijk maakt. Zie EHRM 23 januari 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:0123JUD000020117 (Magyar Kétfarkú Kutya Párt/Hungary).
Zie par. 7.2.
Kamerstukken II 2014/15, 33268, nr. 27, p. 18-19.
Kiesraad 2014b, p. 4. Ook de rechtbank in de zaak die tegen de uitspraken van minister Plasterk werd aangespannen toonde zich voorstander van een principiële benadering: ‘Elke potentiële, niet denkbeeldige, aantasting van het stemgeheim is buitengewoon ernstig.’ Zie Rb. Den Haag 9 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:5657, r.o. 3.12.
Kiesraad 2018b, p. 13. De Kiesraad leek zich vooral te baseren op de verkiezingsstunt van de lokale partij VoorTilburg. Zie Jongerius 2018.
Kiesraad 2018b, p. 13.
Voor het antwoord op die vraag is het karakter van het stemgeheim van belang. Op dit punt lijken het internationaal- en nationaalrechtelijke kader uiteen te lopen. De Code of Good Practice laat er geen twijfel over bestaan dat het stemgeheim een plicht voor de kiezer is. Kiezers moeten het beginsel respecteren en een stembiljet waarvan de inhoud bekend is, dient ongeldig verklaard te worden.1 De opvatting van de grondwetgever lijkt echter aanmerkelijk soepeler. Zoals gezegd spreekt de grondwetgever over het feit ‘dat elke kiezer het recht heeft om geheel voor zich zelf te houden op wie hij zal stemmen, stemt of heeft gestemd’.2 Van een verplichting voor de kiezer is volgens artikel 53 lid 2 Gw geen sprake, zoals overigens geen enkele grondwetsbepaling zo een concrete verplichting voor de burger inhoudt. Niets staat eraan in de weg dat kiezers uit vrije wil de inhoud van hun stem openbaren.
Op het eerste gezicht lijkt dat een belangrijk verschil. Zowel het nationale als het internationale kader nopen de wetgever echter tot het nemen van maatregelen om het stemgeheim te waarborgen. Volgens de grondwetgever moet de wetgever zich ervoor inspannen dat een kiezer zijn stem geheim kan houden, volgens de Venice Commission moet een lidstaat ervoor zorgen dat de kiezer dit ook daadwerkelijk te allen tijde doet. In beide gevallen komt dat er in ieder geval op neer dat de wetgever moet verhinderen dat de kiezer kan bewijzen op wie hij gestemd heeft – de kern van het stemgeheim. Het stemgeheim staat immers in dienst van de stemvrijheid, en het is de mogelijkheid van zulk bewijs die het uitoefenen van druk op kiezers effectief kan maken. Deze gedachte heeft dan ook ten grondslag gelegen aan de bepalingen in de Kieswet die het stemgeheim waarborgen, getuige bijvoorbeeld de zowel in 1850 als in 1989 gevoerde discussie over het al dan niet mogen ondertekenen van stembiljetten. 3
Het stemgeheim vereist dus dat de wetgever de maatregelen neemt die het leveren van zulk bewijs onmogelijk maken, waaruit logischerwijs volgt dat het maken van stemfies verboden zou moeten worden. De voorzitter van het stemlokaal, belast met handhaving van de orde ter plaatse, kan kiezers op overtreding van het verbod aanspreken. Ongeldigverklaring van de stem – het gevolg van het ondertekenen van het stembiljet – zou ook hier in de rede liggen, ware het niet dat controle op het maken van stemfies, ironisch genoeg, op gespannen voet staat met het stemgeheim. Waar een ondertekend stembiljet bij het tellen terzijde geschoven kan worden, zou op het maken van stemfies al bij het uitbrengen van de stem in het stemhokje controle uitgeoefend moeten worden. Dat is onmogelijk. Ik herhaal hier dan ook mijn pleidooi voor een wettelijk verbod op het gebruik van mobiele apparatuur in het stemhokje, waar de kiezer in het stemlokaal op gewezen moet worden, maar waarbij overtreding niet wordt gesanctioneerd.
Ondanks de duidelijke bezwaren is de wetgever vooralsnog niet voornemens maatregelen te nemen. Deze tolerantie ten aanzien van de stemfie volgt uit een (te) pragmatische opstelling. Steeds heeft de wetgever vastgehouden aan de constateringen dat hem geen signalen van misbruik bereiken en dat de stemfie maar mondjesmaat wordt gebruikt. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 zegde de minister toe de vinger aan de pols te houden en bij signalen van misbruik een nieuwe afweging te maken. 4Dat standpunt is tot op heden ongewijzigd gebleven. Herhaaldelijk is – terecht – door de Kiesraad benadrukt dat een meer principiële benadering in dezen de voorkeur verdient. In zijn advies naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 merkte de Kiesraad op dat de afwezigheid van concrete problemen irrelevant was voor het antwoord op de vraag of regulering in de rede lag. De Kiesraad riep de regering dan ook op om een expliciet verbod in te voeren.5
De Kiesraad herhaalde deze oproep in 2018, toen zich bovendien incidenten voordeden waarbij politieke partijen prijzen verlootten onder kiezers. Politieke partijen vroegen daarbij soms om een bewijs dat kiezers inderdaad hadden gestemd, in de vorm van een stemfie. De Kiesraad bekritiseerde deze praktijk. 6Hoewel kiezers er niet toe werden aangezet om op een bepaalde partij te stemmen, kon het openbaren van de keuze aan een partij toch een zekere schijn van beïnvloeding wekken.7 De Kiesraad benadrukte nogmaals de wenselijkheid van een verbod, ‘omdat de waarborgen stemvrijheid en stemgeheim vereisen dat iedere mogelijkheid dat kiezers onder druk worden gezet of zich onder druk gezet voelen om op een bepaalde partij en/of kandidaat te stemmen en daarvan ook het bewijs te moeten leveren, dient te worden voorkomen’. 8In de aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen van 2023 was het FvD-leider Thierry Baudet die kiezers op Instagram opriep op tot het maken van een stemfie. Zouden zij een foto van hun stem op de FvD-lijst op Instagram posten, dan werden zij uitgenodigd voor een door de partij te organiseren barbecue. Daarmee is andermaal sprake van de ‘signalen van misbruik’ die de minister tot het maken van een nieuwe afweging zouden moeten doen overgaan.