Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.4.1:5.4.1 HR 22 november 2000 (Inspecteur/X): verrekening van inkomstenbelasting met premie volksverzekeringen is in casu niet mogelijk
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/5.4.1
5.4.1 HR 22 november 2000 (Inspecteur/X): verrekening van inkomstenbelasting met premie volksverzekeringen is in casu niet mogelijk
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS612063:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 62 lid 2 Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals die tot 1 januari 2001 gold.
Zie art. 60 Wet financiering sociale verzekering, Staatsblad 2005, 36.
Handelingen II 2003-2004, 29 529, nr. 3, p. 51.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit arrest gaat over de (on)mogelijkheid inkomstenbelasting te verrekenen met premies volksverzekering. Daarmee is de uitspraak van belang voor het vereiste van wederkerig schuldenaarschap.
In deze zaak had de inspecteur een aanslag inkomstenbelasting aan een (buitenlandse) belastingplichtige opgelegd. Toen bleek dat het berekende bedrag aan inkomstenbelasting te hoog was, heeft de inspecteur het standpunt ingenomen dat weliswaar te veel inkomstenbelasting is geheven maar dat de aanslag niet te hoog is vastgesteld omdat de belastingplichtige premieplichtig is voor de volksverzekeringen en hij daarvoor ten onrechte niet is aangeslagen. Feitelijk werd vastgesteld dat de aanslag van de inspecteur niet kon worden beschouwd als een zogenaamde gecombineerde aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekering.1 Desondanks werd in cassatie de vraag aan de orde gesteld of, ingeval bij één aanslag zowel inkomstenbelasting als premie volksverzekering is geheven (dus als sprake is van een gecombineerde aanslag), 'interne compensatie' van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen mogelijk. De Hoge Raad overweegt in een obiter dictum dat ook ingeval een gecombineerde aanslag zou zijn opgelegd, verrekening van inkomstenbelasting met premie volksverzekeringen niet mogelijk is. De inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen zijn volgens de Hoge Raad afzonderlijke heffingen en vormen in een dergelijk geval afzonderlijke bestanddelen van de gezamenlijke aanslag. Blijkens de wetsgeschiedenis bij de bepaling over de gecombineerde aanslag blijkt het de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever te zijn geweest dit karakter van afzonderlijke heffingen te handhaven. Hiermee verdraagt zich niet een compensatie van inkomstenbelasting met premie volksverzekeringen. De Hoge Raad verwijst in een later arrest, van 15 december 20062 nogmaals naar het onderhavige arrest, met de overweging dat te weinig geheven inkomstenbelasting niet kan worden gecompenseerd met te veel geheven premie volksverzekering.
Bij deze uitspraak kan een tweetal kanttekeningen worden geplaatst. Ten eerste was, ondanks het feit dat ten tijde van dit arrest ten aanzien van de inkomstenbelasting en de genoemde premie geen sprake was van wederkering schuldenaarschap - de premie was verschuldigd aan het UWV en de inkomstenbelasting aan de fiscus - onder omstandigheden verrekening van deze twee heffingen wel degelijk mogelijk, namelijk op het moment dat de invordering van de premie aan de ontvanger was opgedragen op de voet van artikel 24 lid 1 Iw 1990. Ten tweede is sinds 1 januari 2006 de invordering van de premie volksverzekering en werknemersverzekeringen in handen gekomen van de fiscus,3 zodat de fiscus sindsdien rechtstreeks tot verrekening van deze premies met de vorderingen of schilden uit rijksbelastingen kan overgaan. De wetgever merkt hierover in de Toelichting bij deze nieuwe regeling op:4
"Nu de invordering van de premies werknemersverzekeringen plaatsvindt overeenkomstig de voor de invordering van de loonbelasting geldende regels ligt het in de rede om het in de IW opgenomen verrekeningsregime (artikel 241W) en de in de IW opgenomen bevoegdheid van de ontvanger tot het leggen van zogenoemd vereenvoudigd derdenbeslag (artikel 19 IW) van overeenkomstige toepassing te verklaren op de premies werknemersverzekeringen. Het gevolg hiervan is onder meer dat de ontvanger eerder tot verrekening kan overgaan. Immers de bevoegdheid tot verrekening van de ontvanger ontstaat onder het huidige regime eerst indien en nadat hij is belast met de invordering van de betreffende premienota (artikel 15, vijfde lid, CSV). In de nieuwe situatie kan de ontvanger tot verrekening van de premies voor de werknemersverzekeringen overgaan zodra de desbetreffende belastingaanslag (naheffingsaanslag) is geformaliseerd: artikel 24, tweede lid, IW spreekt immers van «te innen bedragen». Volgens vast beleid van de Belastingdienst zal de ontvanger in de regel niet tot verrekening over gaan dan nadat de betalingstermijn van de belastingaanslag is verstreken."