Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/V.F.1:V.F.1. Teilungsplan, § 2204 BGB
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/V.F.1
V.F.1. Teilungsplan, § 2204 BGB
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404956:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
WALTER ZIMMERMANN, Die Testamentsvollstreckung, Berlin: Erich Schmidt Verlag2003, p.441.
WALTER ZIMMERMANN, Die Testamentsvollstreckung, Berlin: Erich Schmidt Verlag2003, p. 455 en wel met de vermelding 'unstreitig'.
C.A. KRAAN,Verdeling door de bewindvoerder,WPNR (2003) 6544.
BENGEL/REIMANN, Handbuch der Testamentsvollstreckung, Munchen: C.H. Beck 2001, p. 176.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gezien het feit dat de basis van Testamentsvollstreckung Abwicklungsvollstreckung is, en de Duitse erflater een 'Teilungsanordnung' kan maken, ontkomt men bij het trachten te doorgronden van ons nieuwe afwikkelingsbewind er niet aan, ook stil te staan bij deze rechtsfiguren. Dit niet in de laatste plaats omdat de ontwerpers van het nieuwe erfrecht, met name Meijers, zoals in de inleiding reeds aangestipt behoorlijk hebben opengestaan voor hetgeen zich in het 'BGB' afspeelde. Een van de taken van deTestamentsvollstrecker is 'Hilfsweise'1de verdeling van de nalatenschap volgens het wettelijk systeem te 'bewirken', § 2204 BGB (1). In welk artikel, in lid2, tevens voorgeschreven wordt dat hij over de door hem op te stellen 'concept-verdeling', het Teilungsplan, de erfgenamen voor de uitvoering hiervan dient te 'horen'. Thans merk ik reeds op dat het voorschrift van § 2204 BGB (2), al dan niet gemodificeerd, niet zou misstaan in modelspelregels voor een afwikkelingsbewindvoerder die zelfstandig de verdeling tot stand kan brengen op grond van art. 4:171 BW. Ik denk daarbij aan gevallen waarin nog enige vorm van inspraak gewenst is. Dit voorkomt teleurstellingen achteraf. Indien de afwikkelingsbewindvoerder immers alle erfgenamen voor de voorgenomen verdeling raadpleegt kan nog zoveel mogelijk met hun wensen rekening gehouden worden. Let wel: bij Zimmermann2 wordt over de vraag of de erfgenamen het met het opgestelde 'Teilungsplan' eens moeten zijn, opgemerkt:
'Eine Genehmigung des Plans durch die Erben ist nicht erforderlich.'
Men mag zijn zegje doen, maar de Testamentsvollstrecker is er niet aan gebonden.
Overigens wijst Kraan3 erop dat de passerend notaris op grond van art. 43 Notariswet reeds de verplichting heeft om alle deelgenoten op de hoogte te stellen van de inhoud van de verdeling door de afwikkelingsbewindvoerder. Dit doet echter niet af aan de mogelijkheid van dwangvertegenwoordi-ging door de afwikkelingsbewindvoerder. Mijns inziens is in gevallen van 'dwangvertegenwoordiging' de betekenis van onwillige 'partijen' tijdig van de inhoudvan de akte kennis te laten nemen in de zin art. 43 Notariswet, niet erg groot. Daarnaast is de voorziening afwikkelingsbewind door erflater vaak juist ook opgenomen met het oog op onvindbare deelgenoten. Art. 43 Nota-riswet is, behoudens een inspanningsverplichting, in dat geval een 'dode' letter.
In geval van gemelde § 2204 BGB is de wet het richtsnoer voor de spelregels voor de verdeling. Veel spectaculairder is de mogelijkheid die erflater heeft om zelf de verdeling vast te stellen, de zogeheten 'Teilungsanordnung', § 2048 BGB. De door erflater vastgestelde regeling heeft in beginsel voorrang op de spelregels volgens de wet.4