Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/8.5.3
8.5.3 Gevallen van begrenzing van aansprakelijkheid
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS587427:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie nader nr. 371 en 372.
Hof 's-Hertogenbosch 14 januari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:21 (Gispro).
Zie § 4.3.2, 4.3.3 en 7.5.4.
Deze casus is geïnspireerd op het bergbeklimmervoorbeeld van Lord Hoffmann in South Australia Asset Management Corporation v. York Montague Ltd. and Banque Bruxelles Lambert SA v. Eagle Star Insurance Co. Ltd. 1996. UKHL 10 1997. AC 191.
Zie § 7.5.5.
In HR 25 juni 1993,NJ 1993/686 m.nt. P.A. Stein (Cijsouw/De Schelde I) en HR 2 oktober 1998,NJ 1999/683 m.nt. J.B.M. Vranken (Cijsouw/De Schelde II) wordt ook als volkomen vanzelfsprekendheid aangenomen dat aansprakelijkheid wegens het tekortschieten door de werkgever in de nakoming van 7A:1638x (oud) BW, de voorloper van 7:658 BW, begrensd is aan de hand van de strekking van dat voorschrift.
Inleiding
418. Om op een zinvolle wijze met het doel van overeengekomen verplichtingen te kunnen werken, dienen, zoals in § 7.5 besproken, mijns inziens enkele onderscheidingen te worden gemaakt. Allereerst dient schade die bestaat uit de door de schuldeiser gemaakte kosten voor het verkrijgen van een vervangende prestatie te worden onderscheiden van door de schuldeiser geleden gevolgschade. Een verplichting uit overeenkomst beschermt steeds tegen door de schuldeiser te maken kosten voor een vervangende prestatie. Het doel van de geschonden norm heeft ter zake van deze schade geen begrenzende werking. Om te bepalen tegen welke gevolgschade een verplichting uit overeenkomst beschermt, dient onderscheid gemaakt te worden naar de bron van die verplichting. Het doel van een overeengekomen verplichting stelt men vast door uitleg van de partijbedoeling. Het komt daarmee naar mijn mening aan op hetgeen partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs hebben begrepen en mochten begrijpen over de voordelen die de schuldeiser met de prestatie beoogt te verkrijgen en/of de nadelen die de schuldeiser met de prestatie beoogt te vermijden. Het doel van een verplichting die volgt uit de wet, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid, door uitleg van de wet, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid.
De begrenzing van aansprakelijkheid voor gevolgschade bij niet-nakoming van een overeengekomen verplichting
419. Het doel van de geschonden norm heeft bij het begrenzen van aansprakelijkheid vanwege wanprestatie de belangrijkste rol in de situatie waarin de schuldenaar tekortgeschoten is in de nakoming van een overeengekomen, en dus niet uit de wet, gewoonte of redelijkheid en billijkheid voortvloeiende, verplichting. Als gezegd komt het bij de vaststelling van dit beschermingsdoel aan op hetgeen partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs hebben begrepen en mochten begrijpen over de voordelen die de schuldeiser met de prestatie beoogt te verkrijgen en/of de nadelen die de schuldeiser met de prestatie beoogt te vermijden. In dit verband is wezenlijk, maar niet beslissend, welke schade voor de schuldeiser de schuldenaar ten tijde van het aangaan van de overeenkomst kon voorzien als gevolg van tekortschieten in de nakoming van de verplichting.1 Indien de door de wanprestatie geleden schade niet geldt als het mislopen van het met de prestatie beoogde voordeel en evenmin als een verwezenlijking van het nadeel dat de prestatie had dienen te vermijden, dan is de schuldenaar voor deze schade in beginsel niet aansprakelijk.
Dit laat zich als volgt illustreren. Aan een projectontwikkelaar werd door een tankstationhouder ‘een perceel bouwterrein’ verkocht. Overeengekomen werd daarbij dat de zich op het perceel bevindende opstallen door de tankstationhouder verwijderd dienden te worden.2 Toen de verkoper niet tijdig leverde, vorderde de projectontwikkelaar alsnog levering van het perceel en schadevergoeding. Deze schade waarvan vergoeding werd gevorderd bestond uit de kosten van het verwijderen van de opstallen en de boete die de projectontwikkelaar verschuldigd was aan een ander: de projectontwikkelaar had het perceel doorverkocht, maar kon door de niet-levering door de tankstationhouder zelf ook niet leveren en verbeurde daarom een boete. Hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat als de tankstationhouder niet wist van de doorverkoop van de grond en dat de projectontwikkelaar een (hoge) boete zou verbeuren bij het niet nakomen, deze schade – hoewel duidelijk het gevolg van de tekortkoming – niet kan worden toegerekend.3
In deze casus is het patroon zichtbaar wat in elke situatie van tekortschieten in de nakoming van een overeengekomen norm kan gebeuren: de schuldenaar wist niet dat de schuldeiser bij het niet-verkrijgen van de prestatie op een bepaalde wijze schade zou lijden. Het zou dan niet redelijk zijn om de tekortschietende schuldenaar voor deze schade aansprakelijk te houden. Hof 's-Hertogenbosch motiveerde in deze zaak de begrenzing van de aansprakelijkheid niet aan de hand van het doel van de geschonden verplichting, maar aan de hand van de voorzienbaarheid van deze schade. Naar ik meen wordt het doel van deze verplichting volkomen bepaald door de voorzienbaarheid van de schade. Vanwege de eerder besproken redenen dient echter niet met de voorzienbaarheid van schade op zichzelf te worden gewerkt maar in plaats daarvan met het doel van de geschonden verplichting.4
420. Bij de bepaling van de gevolgschade waarmee met een overeengekomen verplichting beoogd wordt te beschermen is, zoals in § 7.5.4 besproken, de voorzienbaarheid van schade ten tijde van het aangaan van de overeenkomst niet steeds de doorslaggevende factor.
(1) Te denken valt aan de in nr. 372 besproken zaak waarin de verhuurder van een huwelijkslocatie tekortschoot en de huurder daarom minder gasten kon ontvangen en minder cadeaus verkreeg: ondanks de voorzienbaarheid van deze schade, werd geoordeeld dat de overeengekomen verplichting tot het verhuren van een bepaalde locatie van een bepaalde omvang niet op het verkrijgen van dit voordeel gericht was. (2) Verder valt te denken aan de volgende casus. A wil een week gaan skiën in de Franse Alpen. Door een blessure aan zijn linkerknie betwijfelt hij of dat verantwoord is. Hij consulteert daarom een arts. De arts komt, na onzorgvuldig onderzoek, ten onrechte, tot de conclusie dat met de knie niets wezenlijks aan de hand is. Op de eerste dag van zijn skivakantie breekt A door een val – niet gerelateerd aan de blessure aan zijn linkerknie – zijn rechterheup. Tijdens de revalidatie kan A zich niet full time op zijn eigen bedrijf richten, waardoor hij inkomsten mist. Zou de arts wel zorgvuldig onderzoek hebben gedaan, dan zou zijn gebleken dat het onverantwoord was om te gaan skiën vanwege de knieblessure en zou A deze schade niet hebben geleden. Ook hier is de schade zoals geleden niet onvoorzienbaar, maar is met de overeengekomen verplichting niet beoogd daartegen te beschermen.5
Ook omstandigheden die zich na het sluiten van de overeenkomst hebben voorgedaan – te denken valt aan een ingebrekestelling waarin de schuldeiser duidelijk maakt welke schade bij niet-nakoming zal ontstaan – kunnen soms een rol spelen bij de bepaling van het beschermingsdoel van de overeengekomen verplichting. Zoals in nr. 373 besproken, kan dat slechts voor zover het doel van de verplichting door de latere informatie wordt geconcretiseerd. Na de totstandkoming van de overeenkomst door de schuldenaar verkregen informatie over de wijze waarop de belangen van de schuldeiser met de te leveren prestatie zijn verbonden kan, zoals ik als tentatief criterium naar voren bracht, niet bij de bepaling van het doel van de verplichting worden betrokken indien de schuldenaar de overeenkomst niet zou hebben gesloten indien hij hiermee eerder bekend zou zijn geweest. Indien de overeenkomst evengoed en op in wezen dezelfde voorwaarden tot stand zou zijn gekomen en de schuldenaar ook overigens niet relevant anders zou hebben gehandeld (bijvoorbeeld een verzekering met relevante dekking zou hebben afgesloten) wanneer hij had geweten op welke wijze de verplichting de belangen van de schuldeiser diende, dan acht ik in beginsel wel mogelijk dat de werkelijke wijze waarop de verplichting het belang van de schuldeiser dient, het doel van de verplichting bepaalt.
De begrenzing van aansprakelijkheid voor gevolgschade bij niet-nakoming van overige verplichtingen
421. Indien de contractuele verplichting niet is overeengekomen, maar voortvloeit uit de wet, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid, dient, zoals in § 7.5.5 besproken, in deze andere bron van de verplichting ook het doel van de verplichting te worden gezocht.
De aansprakelijkheid vanwege het tekortschieten in de nakoming van deze verplichtingen wordt niet begrensd aan de hand van hetgeen partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs hebben begrepen en mochten begrijpen over de voordelen die de schuldeiser met de prestatie beoogde te verkrijgen en/of de nadelen die de schuldeiser met de prestatie beoogde te vermijden. Dat het aanleggen van deze maatstaf voor deze verplichtingen niet goed zou uitpakken, laat zich illustreren door de in nr. 374 behandelde zaak Nuts/Hofman.6 Na een dienstverband van meer dan vijfentwintig jaar ontslaat werkgever Nuts de inmiddels labiele werknemer Hofman plots en rücksichtslos ten gevolge waarvan Hofman instort. Op de grond dat Nuts zich niet als goed werkgever heeft gedragen door met de wijze van ontslag zo weinig rekening te houden met Hofman, wordt Nuts hiervoor aansprakelijk geoordeeld. Niet voor de hand ligt dat Nuts deze schade bij het aangaan van de overeenkomst kon voorzien. De door de werkgever geschonden verplichting om zich als goed werkgever te gedragen, zoals voortvloeide uit art. 1638z (oud) BW, beoogde niettemin te beschermen tegen de schade zoals door Hofman geleden waardoor de schade ook kon worden toegerekend.7
Wanneer de geschonden verplichting uit overeenkomst voortvloeit uit de wet, wordt mijns inziens op eenzelfde manier de aansprakelijkheid wegens de schending van die verplichting aan de hand van het doel van deze verplichting begrensd als in het geval van de schending van een buitencontractuele wettelijke plicht.8