Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.2.6:7.2.6 Achterstelling als verweer
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/7.2.6
7.2.6 Achterstelling als verweer
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186918:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor, par. 7.2.4.3.
Zie voor een fraai voorbeeld van het doorprikken van dit verweer Rb. Arnhem 14 oktober 2011, RI 2012/36 (Power Job).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
424. Omdat uit het bestaan van een achtergestelde vordering die pas bij liquidatie opeisbaar is slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden afgeleid dat de schuldenaar verkeert in de toestand te hebben opgehouden te betalen, kan het achterstellen van de aangedragen steunvorderingen worden gebruikt als verweermiddel tegen een faillissementsaanvraag. De gedachte is dat op deze manier de steunvorderingen worden weggenomen.
Dit verweer moet maar beperkt effectief zijn. De achterstelling en de beperking van de opeisbaarheid nemen immers niet weg dat de vordering als steunvordering kan dienen om aan het pluraliteitsvereiste te voldoen. De achterstelling en de beperking van de opeisbaarheid beperkingen staan slechts eraan in de weg dat uit het bestaan van de achtergestelde vordering het bestaan van de toestand wordt afgeleid.1 Het bestaan van de toestand kan echter ook uit andere omstandigheden worden afgeleid.2 Dit verweer kan dus alleen effectief zijn als de aanvrager van het faillissement naast een vordering, die de schuldeiser daarvan bereid is achter te stellen, geen andere omstandigheden kan aanvoeren waaruit blijkt dat schuldenaar verkeert in de toestand te hebben opgehouden te betalen.