Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/I.D.3
I.D.3. De 'bijzondere lastgeving' als Belgische heersende leer nader bezien
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS402643:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
MATTHIAS E. STORME, Vertegenwoordiging, lastgeving, kwaliteitsrekening en aanverwante rechtsfiguren, Katholieke Universiteit Leuven, notarieel zaken- en contractenrecht (2002-2003), p. 38. Hij ziet de 'testamentuitvoerder' als een bijzonder geval van naamloos of neutraal vertegenwoordigen (in het kader van een vereffeningsbewind), p. 19.Voorts merkt hij op over de testamentuitvoerder (p. 39): 'De rechtsverhouding is hier nog iets ingewikkelder dan de vorige (Toev. BS: zekerheidstechnieken). De volmacht aan de testamentuitvoerder wordt namelijk niet bedongen door de begunstigde (legataris), maar door de testator, die dit als het ware van de erfgenaam ''bedingt'' ten gunste van de legatarissen (de volmacht aan de testamentuitvoerder is hier een modaliteit of zekerheid voor het beding ten gunste van de legatarissen). Er zijn dus een viertal partijen, tenzij de legataris zelf als testamentuitvoerder wordt aangeduid.'
D. VAN GRUNDERBEECK, Uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen, in Commentaar Erfenissen, Schenkingen en Testamenten, Antwerpen: Kluwer 1997, p. 152.
D. VAN GRUNDERBEECK, Uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen, in Commentaar Erfenissen, Schenkingen en Testamenten, Antwerpen: Kluwer 1997, p. 153.
De door Auffroy onderzochte wortels van de Franse testamentenpraktijk, die gevoed zijn door de 'lastgevingsgedachte', vinden we terug in het Belgisch erfrecht, zij het dat dit rechtsleer is en niet met zoveel woorden in de afdeling VII over de uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen is opgenomen. Zoals hiervoor reeds opgemerkt is het aanmerken van de testamentuitvoering als een bijzondere soort van lastgeving in Belgie de heersende leer.
Storme1 ziet het als volgt: 'Bij de testamentuitvoerder is er ook een soort aanbod en aanvaarding, doch niet in de vorm van een overeenkomst, maar van een aanvaarding van de nalatenschap, waardoor men willens nillens aan alle geldige bepalingen is gebonden'. Ook al is er geen sprake van een 'echte' overeenkomst, dit neemt mijns inziens niet weg dat het overeenkomsten-recht niet op de betreffende rechtsverhouding zou kunnen worden toegepast, waarover hierna meer.
In de Belgische literatuur2 wordt op twee belangrijke verschilpunten gewezen ten opzichte van het 'gemeenrechtelijke mandaat':
de taak van de testamentuitvoerder begint pas bij het overlijden van de erflater-lastgever, terwijl het gemeenrechtelijke mandaat dan net ophoudt.
er is geen sprake van een gelijktijdige wilsovereenstemming. De aanvaarding door de testamentuitvoerder geschiedt pas later dan de eenzijdige beschikking van de erflater waarbij hij werd aangesteld. De 'overeenkomst' komt derhalve pas tot stand als de testamentuitvoerder de door erflater aangeboden taak aanvaard heeft.
In Belgie wordt de testamentuitvoerder, gezien bovenstaande verschillen, dan ook gekwalificeerd als: een mandaat sui generis.3