Einde inhoudsopgave
Morganatisch burgerschap 2019/6.3.5
6.3.5 De stand van het huidige recht
mr. G. Karapetian, datum 16-12-2019
- Datum
16-12-2019
- Auteur
mr. G. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS181179:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. L O119 Code électoral.
Zie Loi n° 2010-165 du 23 février 2010; Ordonnance n° 2009-935 du 29 juillet 2009.
Art. 24, vierde alinea, tweede volzin, luidt: “Il [de senaat, GK] assure la représentation des collectivités territoriales de la République.”
Art. L279 Code électoral jo. Annexe tableau no 6.
Art. L279 Code électoral jo. Annexe tableau no 6.
Art. L279 Code électoral jo. Annexe tableau no 6.
Art. L279 Code électoral jo. Annexe tableau no 6.
Art. LO473 Code électoral. Het college électoral bestaat uit: “1° Des députés et des sénateurs; 2° Des conseillers généraux; 3° Des délégués des conseils municipaux ou de leurs suppléants.” Art. L475 Code électoral.
Art. LO500 Code électoral. Het college électoral bestaat uit: “1° Du député et du sénateur; 2° Des conseillers territoriaux de la collectivité.” Art. L502 Code élecoral.
Art. LO527 Code électoral. Het college électoral bestaat uit: “1° Du député et du sénateur; 2° Des conseillers territoriaux de la collectivité.” Art. L529 Code électoral.
Art. LO555 Code électoral. Het college électoral bestaat uit: “1° Du député et du sénateur; 2° Des conseillers territoriaux de Saint-Pierre-et-Miquelon; 3° Des délégués des conseils municipaux ou de leurs suppléants.” Art. LO557 Code électoral.
Art. LO438-1Code électoral. Het college électoral bestaat uit: “1° Des députés et des sénateurs; 2° Des membres des assemblées de province; 3° Des délégués des conseils municipaux ou des suppléants de ces délégués.” Art. L441 onder I Code électoral.
Art. LO438-1 Code électoral. Het college électoral bestaat uit: “1° Des députés et des sénateurs; 2° Des membres de l’assemblée de la Polynésie française; 3° Des délégués des conseils municipaux ou des suppléants de ces délégués.” Art. L441 onder II Code électoral.
Art. LO438-1 Code électoral. Het college électoral bestaat uit: “1° Du député et du sénateur; 2° Des membres de l’assemblée territoriale.” Art. L441 onder III Code électoral.
Zie respectievelijk Code électoral, Livre II (Election des sénateurs des départements), Livre III (Dispositions spécifiques aux députés élus par les Français établis hors de France), Livre IV (Election des conseillers régionaux et des conseillers à l’Assemblée de Corse), Livre V (Dispositions applicables à la Nouvelle-Calédonie, à la Polynésie et aux îles Wallis et Futuna), Livre VI (Dispositions particulières à Mayotte, à Saint-Barthélemy, à Saint-Martin et à Saint-Pierre-et-Miquelon), Livre VI bis (Election des conseillers à l’assemblée de Guyane et des conseillers à l’assemblée de Martinique).
Zie Loi n° 2013-659 du 22 juillet 2013 relative à la représentation des Français établis hors de France. Voor het college électoral zie art. 44 van deze wet.
Décret n° 2012-127 du 30 janvier 2012 approuvant la charte des droits et devoirs du citoyen français prévue à l’article 21-24 du code civil.
Art. 1 Décret n° 2012-127 du 30 janvier 2012 approuvant la charte des droits et devoirs du citoyen français prévue à l’article 21-24 du code civil. Artikel 2 van het decreet stelt: “Le ministre de l’intérieur, de l’outre-mer, des collectivités territoriales et de l’immigration est chargé de l’exécution du présent décret, qui sera publié au Journal officiel de la République française.”
Zie hiervoor de bijlage van het decreet, getiteld ‘La charte des droits et devoirs du citoyen français’.
Als gezegd bestaat het Franse parlement uit twee kamers: de Assemblée nationale en de Sénat. De Assemblée telt bij de verkiezingen van juni 2017 in totaal 577 leden.1 Van deze 577 leden worden 556 leden gekozen door de Franse burgers in de metropool en de DrOM. Tien leden worden gekozen door Franse burgers in COM en Nieuw-Caledonië en tot slot worden elf leden gekozen door Franse burgers buiten het grondgebied van de Republiek.2 Vervolgens volgt de Senaat.3 Het aantal senatoren bedraagt thans 348. Van deze zetels zijn evenzo enkele gereserveerd voor overzee, bijvoorbeeld voor Guadeloupe (3),4 Martinique (2),5 La Réunion (4),6 Guyane (2);7 Mayotte (2),8 Saint-Barthélemy (1);9 Saint Martin (1);10 Saint-Pierre-et- Miquelon (1);11 Nouvelle-Calédonie (2),12 Polynesie (2);13 Wallis et Futuna (1).14,15 Daarnaast zijn, om invulling te geven aan de politieke representatie van Franse burgers buiten het grondgebied van Frankrijk, ook enkele zetels gereserveerd voor hen.16
Ten aanzien van de wederkerigheid van de rechtsverhouding tussen de burger en de Republiek is hiervoor gewezen op de Grondwet van 1848 die een expliciete opsomming bevatte van de rechten en plichten van de republiek en de burger. In de Grondwet van 1958 ontbreekt een dergelijke uitdrukkelijke beschrijving. Thans zijn de rechten en plichten van de burger opgenomen in een decreet.17 Dit decreet keurt het zogenoemde Charte des droits et devoirs du citoyen français goed.18 Hierin worden onder andere de gelijke behandeling van burgers in gelijke gevallen en het kiesrecht voor politieke representanten bestempeld als rechten van de burger. De militaire dienst in tijden van oorlog wordt aangemerkt als een burgerplicht.19
Een conclusie die kan worden getrokken, is dat alle Franse burgers, ongeacht of zij hun woonplaats hebben in of buiten de Republiek, politiek worden vertegenwoordigd in het (mede)wetgevende orgaan van de Republiek: het Parlement. Dit parlement is betrokken bij de totstandkoming van wetgeving die de fundamentele karakteristieken van de staat en van de overzeese gebieden, ongeacht hun status, raakt.
Uit bovenstaande exercitie blijkt dat de idealen van 1789 niet gemakkelijk in de praktijk zijn gebracht. Allereerst ontstond na het uitbreken van de Revolutie de vraag of deze idealen ook werking hadden in de koloniën. Na de explicitering in de Grondwet van 1795 dat de koloniën integraal onderdeel waren van de staat en aangewakkerd door de opstandige gebeurtenissen in Saint- Domingue, is het Franse burgerschap geleidelijk uitgebreid naar de koloniën. Dit assimilatieproces werd echter bemoeilijkt in zowel het eerste keizerrijk als het tweede keizerrijk. De Franse Republieken hadden meer een integrerende houding ten opzichte van de overzeese gebieden dan de keizerrijken. Pas in 1871 werd het Franse burgerschap met electorale rechten definitief uitgebreid naar de oude koloniën. De toekenning van het Franse burgerschap met electorale rechten op de koloniën die waren veroverd in de tweede koloniale golf, heeft langer geduurd. Pas in 1946 werd het Franse burgerschap uitgebreid naar de burgers van de TOM. Tien jaar later werd het indirecte karakter van het kiesrecht van TOM-burgers voor de leden van de Assemblée nationale afgeschaft. Nieuw- Caledonië is naar Frans constitutioneel recht een bijzonder geval. Overeenkomstig het akkoord van Nouméa verkreeg deze eilandengroep naar Frans recht de nodige autonomie. Desalniettemin hebben de Nieuw-Caledoniërs hun electorale rechten voor het Franse parlement niet verloren. Nieuw-Caledoniërs hebben het kiesrecht voor de Assemblée nationale en worden tevens vertegenwoordigd in de Senaat. Hoewel Nieuw-Caledonië vanwege de bijzondere aard van de eilandengroep en -inwoners een eigen burgerschap heeft dat relevant is voor de electorale rechten van de Provinciale vergaderingen en het parlement van de archipel, en bovendien voor de immigratie van niet-Fransen tot de eilandengroep en de werkgelegenheid, staat dit Nieuw-Caledonische burgerschap er niet aan in de weg dat deze burgers tevens Franse burgers zijn en (aldus) politiek gerepresenteerd worden in het Franse nationale parlement. De Franse burger overzee staat daarmee ook in een wederkerige rechtsverhouding tot de Republiek, zoals volgt uit opsomming van de rechten en plichten in het zogenoemde Charte des droits et devoirs du citoyen français, dat als bijlage is toegevoegd aan Décret n° 2012-127 du 30 janvier 2012.
De vraag die nog resteert, is die naar de betekenis van de toepassing van het Unieburgerschap op de Franse LGO met het oog op de duiding van het Franse burgerschap. Daarover gaat de volgende paragraaf.