Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.6.4
4.3.6.4 Conditionaliteit en democratische legitimatie
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ioannidis 2014, p. 74.
Fasone 2015, p. 19.
Zie bijvoorbeeld het referendum dat in juli 2015 werd gehouden in Griekenland waarin de Griekse burgers zich mochten uitspreken over de vraag of ze akkoord gingen met voorgestelde bezuinigingen in ruil voor financiële steun, nadat het tweede financiële steunpakket was verlopen. Een meerderheid stemde tegen de voorwaarden. Uiteindelijk is de Griekse regering toch akkoord gegaan met een aanzienlijk pakket aan bezuinigingen. Zie o.a. Council Implementing Decision (EU) 2015/1411 of 19 August 2015 approving the macroeconomic adjustment programme of Greece, PbEU L 219/12.
Zie Ioannidis 2014, p. 94.
Zie Fasone 2014, p. 11.
Naast aandacht voor de vraag wat de eventuele gevolgen zijn van de conditionaliteit voor de fundamentele rechten van de burgers in een lidstaat, is het ook van belang om te kijken naar de democratische legitimatie van de conditionaliteit zelf. In hoeverre zijn de nationale parlementen betrokken bij de opstelling van het memorandum van overeenstemming dat tussen de lidstaat en de Commissie wordt afgesproken?
In de praktijk blijken de nationale parlementen maar zeer beperkt betrokken te zijn bij het opstellen van de voorwaarden.1 Fasone constateert dat noch het Spaanse noch het Portugese parlement betrokken zijn geweest bij de onderhandelingen over het memorandum van overeenstemming en dat deze parlementen het memorandum ook niet hebben kunnen beoordelen voordat de regering hiermee instemde.2 Juist omdat het memorandum de facto bindend is voor de lidstaat, is de betrokkenheid van het parlement, specifiek in de fase waarin het memorandum wordt onderhandeld, van groot belang. Achteraf zal het parlement altijd nog in moeten stemmen met de nationale regelgeving die de voorwaarden uit het memorandum implementeert en heeft het formeel nog de bevoegdheid om niet akkoord te gaan met de maatregelen, echter op dat moment staat het parlement eigenlijk al met de rug tegen de muur omdat er al een akkoord is gesloten met de andere lidstaten over de voorwaarden.
Betrokkenheid van het nationale parlement bij de onderhandelingen en het sluiten van het memorandum is echter niet gegarandeerd in het ESM en zal dus op nationaal niveau moeten worden gewaarborgd. De mogelijkheden van het parlement om beslissende invloed uit te oefenen op de inhoud van het memorandum zijn echter beperkt, de lidstaat is immers afhankelijk van de financiële steun en heeft daarom weinig keus dan onderworpen te worden aan strikte conditionaliteit die vaak diep ingrijpt op de burgers in de lidstaat.3 Bovendien is er maar een kleine groep betrokken bij de onderhandelingen over de conditionaliteit4 en is er vaak haast bij om het memorandum zo snel mogelijk te sluiten.5