Heffingsmethoden, een valse dichotomie?
Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/4.6:4.6 Conclusie
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/4.6
4.6 Conclusie
Documentgegevens:
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS443546:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik vier belangrijke ontwikkelingen onderzocht die zich voordoen op het vlak van het kernelement toezicht. Dit zijn: veranderingen op het vlak van de navorderingsvereisten, de actieve informatieplicht, het vooraf invullen van gegevens in aangiften en het horizontaal toezicht. Dit met als doel vast te stellen wat dat betekent voor de onderlinge verschillen tussen de heffingsmethoden op het vlak van het toezicht. Daarnaast ben ik nagegaan welke factoren van invloed zijn op die ontwikkelingen.
De reden om te kiezen voor het kernelement toezicht was dat de verschillen tussen de heffingsmethoden hier grootst waren. Uit het onderzoek komt naar voren dat door in te zoomen op die ontwikkelingen de onderlinge verschillen tussen de heffingsmethoden eerder kleiner worden dan groter:
Door het versoepelen van de navorderingsvereisten wordt het gemakkelijker om het toezicht bij aanslagbelastingen – net als bij aangiftebelastingen – achteraf uit te oefenen. De aanslagbelastingen groeien daardoor steeds meer in de richting van aangiftebelastingen.
Ook bij het horizontaal toezicht is te zien dat door de daarbij toegepaste werkwijze (geen toezicht vooraf meer), aanslagbelastingen krijgen aldus steeds meer kenmerken van een aangiftebelasting.
Bij de vooraf ingevulde aangifte kan worden verdedigd dat als deze zo ongeveer alle gegevens bevat, omzetting naar een aangiftebelasting voor de hand ligt. Met de gegevens kan de belastingplichtige immers makkelijk zelf zijn belastingschuld formaliseren. Daar kan echter tegenover worden gesteld dat het bij zoveel gegevens mogelijk is dat de Belastingdienst direct (zonder tussenkomst van een aangifte) een aanslag vaststelt. In dat geval hoeft de heffingsmethode niet te worden omgezet.
Verder blijkt dat het verbeteren van de correctiemogelijkheden voor de Belastingdienst en zo laag mogelijke uitvoeringslasten voor de Belastingdienst belangrijke drijfveren zijn achter het versoepelen van navorderingsvereisten. Daar staat tegenover dat de rechtszekerheid van belastingplichtigen erdoor afneemt.
Factoren die verband houden met de invoering van de actieve informatieplicht zijn eveneens betere correctiemogelijkheden voor de Belastingdienst en lagere uitvoeringslasten voor de Belastingdienst. Doordat belastingplichtigen in de aangewezen gevallen verplicht zijn om zelf fouten te herstellen kan de Belastingdienst minder mankracht op het dit foutherstel en het toezicht kan richten op andere belastingplichtigen. Daar staat tegenover dat de administratieve lasten voor de belastingplichtigen zullen toenemen. Zij moeten in het geval van een fout direct overgaan tot het verbeteren van de reeds ingediende aangifte. Doen zij dat niet, dan riskeren ze een boete.
Voor het horizontaal toezicht geldt dat door de voorwaarde van een kwaliteitssysteem bij belastingplichtigen, ervan wordt uitgegaan dat convenantsaangiften van een hogere kwaliteit zullen zijn en uiteindelijk leiden tot lagere uitvoeringslasten voor de Belastingdienst (minder foutherstel en minder toezicht). Daar tegenover staat een toename van de administratieve lasten voor de belastingplichtigen.
Het vooraf invullen van gegevens maakt het voor belastingplichtigen gemakkelijker om aangifte te doen en draagt daardoor bij aan het verlagen van hun administratieve lasten. Het vooraf invullen van aangiften draagt bij aan het voorkomen van fouten in de aangiften. De rechtszekerheid van belastingplichtigen neemt daardoor toe en de Belastingdienst minder mankracht in te zetten op het toezicht op die aangiften, waardoor het leidt tot lagere uitvoeringslasten voor de dienst.
Na dit deelonderzoek naar de relevante factoren achter de ontwikkelingen op het vlak van het toezicht, is het nog van belang om na te gaan of bij de initiële keuze van heffingsmethoden en bij omzettingen in Nederland en het buitenland dezelfde dan wel andere factoren een rol spelen. Dit staat centraal in hoofdstuk 6. Om de relevante factoren bij omzettingen in het buitenland te kunnen achterhalen, is eerst meer kennis nodig van de verschillende heffingstechnieken die buiten onze landsgrenzen worden toegepast. Wat zijn de onderlinge verschillen en in hoeverre zijn ze vergelijkbaar met de in Nederland toegepaste aangifte- en aanslagbelastingen? Dat onderzoek ik hierna in hoofdstuk 5.