Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.4
6.4 Vergelijking met art. 3:96 Wft
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950465:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2019/20, 32545, nr. 117. Besproken door Grundmann-van de Krol en Van den Hurk, Ondernemingsrecht 2020, p. 585.
Consultatiedocumenten d.d. 29 april 2022 van de wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet toezicht trustkantoren 2018 en enige andere wetten op het terrein van de financiële markten (Wijzigingswet financiële markten 2024), https://www.internetconsultatie.nl/w24/b1. Het consultatievoorstel bevat nog meer wijzigingen dan de introductie van zeggenschap van DNB in deze twee situaties. Deze voorgestelde wijzigingen vermeld ik hier niet. Zie voor een bespreking van het gehele consultatievoorstel Van der Klooster, Ondernemingsrecht 2023, p. 22-28.
Art. 3:112 Wft en art. 3:113 Wft.
Art. 3:114 Wft.
Art. 3:114a Wft.
Maar dus niet voor al dergelijke portefeuilleoverdrachten.
Inleiding
Zowel de bank die bij een activa-passiva transactie activa en passiva overneemt, als de bank die bij een activa-passiva transactie activa en passiva overdraagt, heeft daarvoor mogelijk een verklaring van geen bezwaar (‘vvgb’) van DNB nodig. In art. 3:96 Wft is namelijk bepaald dat het een bank met zetel in Nederland, anders dan na verkregen vvgb van DNB, onder meer verboden is (1) om de activa en passiva van een andere onderneming geheel of voor een belangrijk deel over te nemen indien de transactie een bepaalde omvang heeft of (2) om over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie (art. 3:96 lid 1 onder c respectievelijk e Wft). In de parlementaire geschiedenis1 wordt bij art. 3:96 lid 1 onder e Wft onder meer de volgende toelichting gegeven: “Een financiële reorganisatie betreft het aanbrengen van wijzigingen in de vermogenspositie van de bank. Dit speelt bijvoorbeeld bij een activa/passiva-transactie tussen twee banken waarbij ook voor de bank die de activa en passiva overdraagt een vvgb-plicht bestaat.” De Wft bevat géén overeenkomstige bepalingen voor verzekeraars.
Consultatie Wijzigingswet financiële markten 2024
In de afgelopen jaren leek het er even op dat voor verzekeraars misschien wél een dergelijke bepaling zou worden ingevoerd. In de wetgevingsbrief van DNB die op 24 april 2020 door Minister van Financiën Hoekstra aan de Tweede Kamer is gestuurd,2 werd namelijk voorgesteld om een vvgb-plicht voor verzekeraars in te voeren bij een financiële of vennootschappelijke reorganisatie. Volgens DNB zou een dergelijke vvgb-plicht DNB extra armslag geven om tegenwicht te bieden aan reorganisaties van verzekeraars die risico’s voor polishouders met zich kunnen meebrengen, zoals het aangaan van bepaalde herverzekeringsconstructies of een beursgang. Het Ministerie van Financiën heeft er echter vervolgens voor gekozen om in het consultatiedocument voor een wetsvoorstel alleen voor die twee specifieke situaties zeggenschap van DNB in de Wft te regelen.3
Levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen
De invoering van een vvgb-plicht voor verzekeraars bij een financiële reorganisatie zou waarschijnlijk géén gevolgen hebben gehad bij portefeuilleoverdrachten door levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars met zetel in Nederland. Daarvoor is immers op grond van afdeling 3.5.1A Wft (de regeling voor de portefeuilleoverdracht) al de instemming van DNB vereist. Ik veronderstel dat indien wél een vvgb-plicht voor verzekeraars in het geval van financiële reorganisatie zou zijn ingevoerd, er een uitzondering zou zijn gemaakt voor een portefeuilleoverdracht waarbij de overdragende verzekeraar op grond van afdeling 3.5.1A Wft al de instemming van DNB moet verkrijgen. Het zou immers onnodige extra administratieve lasten meebrengen, indien hij zowel instemming van DNB behoeft op grond van afdeling 3.5.1A Wft, als een vvgb op grond van een dergelijke nieuwe regeling. Vanuit het perspectief van DNB zouden daaraan naar mijn mening ook geen voordelen verbonden zijn.
Schadeverzekeringen en herverzekeringen
Invoering in de Wft van dit voorstel van DNB zou echter wél betekenis hebben gehad voor schadeverzekeraars en herverzekeraars die besluiten voor een portefeuilleoverdracht niet de Wft-route te kiezen, maar de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW. Verzekeringsportefeuilles bestaande uit levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen mogen alleen met toestemming van DNB worden overgedragen. Daarvoor is de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW niet beschikbaar.4 Schadeverzekeraars kunnen hun verzekeringsportefeuilles daarentegen zowel via de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW als via de Wft-procedure overdragen.5 Ook herverzekeraars hebben de keuze tussen de civielrechtelijke route en de Wft-procedure.6 Een schadeverzekeraar en een herverzekeraar die voor de civielrechtelijke route kiezen, hebben voor de overdracht geen toestemming van DNB nodig. Als een vvgb-plicht voor financiële of vennootschappelijke reorganisatie van verzekeraars zou zijn ingevoerd, zou dat voor veel transacties met verzekeringsportefeuilles met schadeverzekeringen en/of herverzekeringen anders geworden zijn.
In dit kader kan de vraag worden gesteld in hoeverre het wenselijk zou zijn om in de Wijzigingswet financiële markten 2024 voor zover het verzekeraars betreft toch niet alleen bevoegdheden van DNB toe te voegen ten aanzien van bepaalde herverzekeringsconstructies en beursgangen, maar ook voor nader te bepalen overdrachten van portefeuilles van schadeverzekeringen met toepassing van art. 6:159 BW. Een polishouder kan er bij een portefeuilleoverdracht met toepassing van art. 6:159 BW voor kiezen geen medewerking te verlenen. Hij blijft dan achter bij de overdragende verzekeraar. Aan het met een beperkt aantal polishouders ‘achterblijven’ kunnen voor die polishouders echter ook nadelen zijn verbonden. Dat DNB beoordeelt of de portefeuilleoverdracht eigenlijk wel doorgang mag vinden, zou onder omstandigheden hun belangen beter kunnen dienen. Zij zien vervolgens dan mogelijk ook geen aanleiding meer om achter te willen blijven. In hoofdstuk 10 zal ik in mijn aanbevelingen verder ingaan op de gedachte om in de Wft ook voor een deel van7 de overdrachten van portefeuilles met schadeverzekeringen met toepassing van art. 6:159 BW de instemming van DNB te vereisen.