Speaking the same language
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/1.2:1.2 Probleemstelling en afbakening onderzoek
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/1.2
1.2 Probleemstelling en afbakening onderzoek
Documentgegevens:
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717488:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor hoofdstuk 5 en de aldaar aangehaalde literatuur.
Voor een uiteenzetting van de UBO-wetgeving ten aanzien van de trust zie: K.R. Filesia & D.F.M.M. Zaman, ‘Het UBO-register voor trusts en soortgelijke juridische constructies (I)’, WPNR 2020/7295, p. 625-632; K.R. Filesia & D.F.M.M. Zaman, ‘Het UBO-register voor trusts en soortgelijke juridische constructies (II, slot)’, WPNR 2020/7296, p. 646-656.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Afgelopen decennia is veelvuldig in de parlementaire geschiedenis en de rechtsliteratuur bediscussieerd of de rechtsfiguur van de trust in een continentaal stelsel als dat van Nederland inpasbaar is, vanwege de fundamentele verschillen tussen het ‘common law’ en het continentale rechtssysteem.1 Tot heden is de invoering van de trust in het Nederlandse recht evenwel achterwege gebleven. Op Curaçao heeft de trust daarentegen, met de ingrijpende wijzigingen die in het Curaçaose BW per 1 januari 2012 zijn doorgevoerd, wel een plaats in de wet gekregen. Curaçao is daardoor één van de eerste landen met een continentaal rechtsstelsel binnen het Koninkrijk met een eigen trustwetgeving. Ook Sint Maarten heeft een trustwetgeving die identiek is aan die van Curaçao, per 1 april 2014 ingevoerd. Gelet hierop, zal in dit onderzoek louter de Curaçaose trustwetgeving onder de loep worden genomen.
Gelet op het feit dat Curaçao voor wat betreft het civiele recht een rechtssysteem heeft dat nagenoeg gelijkluidend is aan dat van Nederland en de trust heeft ingevoerd, rijst de vraag waarom Nederland in dat kader niet het voorbeeld van Curaçao kan volgen. Teneinde deze vraag te beantwoorden kan de hoofdvraag van dit onderzoek als volgt worden verwoord:
In hoeverre en op welke wijze kan het Curaçaose trustmodel als voorbeeld dienen voor de invoering van de trust in het Nederlandse civiele recht?
De volgende deelvragen zullen in dit kader worden behandeld:
Op welke wijze functioneert de trust naar Anglo-Amerikaans recht? Wat zijn de rechtsgevolgen van de trust naar Anglo-Amerikaanse recht?
Op welke wijze functioneert de trust naar Curaçaos recht? Wat zijn de rechtsgevolgen van de trust naar Curaçaos recht? Wat zijn de tekortkomingen in het Curaçaose trustrecht?
Op welke wijze kunnen de huidige problemen in het huidige Curaçaose trustrecht worden opgelost?
Op welke wijze kan de trust in het Nederlandse recht worden ingevoerd?
In dit onderzoek zal uitsluitend worden ingegaan op de civielrechtelijke aspecten van de trust, in het bijzonder het materiële trustrecht in de Anglo-Amerikaanse, Curaçaose en Nederlandse rechtsstelsels. Behoudens een korte zijstap naar de overdrachtsbelasting en enkele internationaal privaatrechtelijke aspecten, zullen – tenzij expliciet aangegeven – de fiscale behandeling van de trust, de behandeling van de trust in de internationaal privaatrechtelijke sfeer, boek X (Trusts) van het DCFR2, de UBO-wetgeving met betrekking tot de trust3, trustachtige figuren en in beginsel trustwetgeving in andere rechtsstelsels, in dit onderzoek buiten beschouwing worden gelaten.