Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/1.3
1.3 Relevantie onderzoek
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717489:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervoor hoofdstuk 5 en de aldaar aangehaalde literatuur.
M.E. Koppenol-Laforce, Het Haagse Trustverdrag (diss. Rotterdam), Deventer: Kluwer 1997.
D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004. Zie ook: J.M. Milo & J.M. Smits, Trusts in Mixed Legal Systems, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2001.
W. Loof, Of Trustees and Beneficial Owners: An inquiry into the proprietary aspects of trusts and trust-like devices from a European Private Law perspective, Maastricht: Universitaire Pers Maastricht 2016.
F. Sonneveldt, De Anglo-Amerikaanse trust en de Successiewet 1956 (diss. Utrecht), Amersfoort: SDU Fiscale en Financiële uitgevers 2000; J.P. Boer, De Anglo-Amerikaanse trust in de inkomsten- en vennootschapsbelasting: een kwalificatiemodel, knelpuntenanalyse en oplossingsrichting voor de inpassing van Anglo-Amerikaanse trusts in de Nederlandse inkomsten- en vennootschapsbelasting (diss. Leiden), Den Haag: Sdu Uitgevers 2011; G.D.L.M. Gilissen, De express private trust, Fiscaalrechtelijke beschouwingen over kwalificatie en gevolgen, (diss. Tilburg), Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2012.
Zie bijvoorbeeld: MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 2.
De laatste vier decennia heeft de trustfiguur en de invoering daarvan in het Nederlandse recht in de rechtsliteratuur herhaaldelijk in de belangstelling gestaan.1 Op internationaal privaatrechtelijk gebied is in 1997 de dissertatie van Koppenol-Laforce verschenen over de behandeling van de trust ingevolge het Haags Trustverdrag.2 In 2004 heeft Aertsen in zijn dissertatie onderzoek gedaan naar de (filosofische) grondslagen van het trustrecht en de gronden voor de invoering van de trust in het Nederlandse recht, alsook heeft hij aandacht besteed aan ‘mixed legal systems’.3 Voorts heeft Loof recentelijk vanuit een dogmatisch perspectief in zijn dissertatie de fiduciaire rechtsverhouding tussen trustees en personen ten behoeve van wie goederen worden beheerd, uitvoerig geanalyseerd.4 Op fiscaalrechtelijk gebied schreven Sonneveldt in 2000, Boer in 2011 en Gilissen in 2012 dissertaties over de fiscale behandeling van de trust.5 Anders dan de onderzoeken die reeds zijn verricht over de trust in het Nederlandse civiele recht, wordt in dit onderzoek een oplossingsgerichte benadering gekozen waarbij eerst de Curaçaose trustwet uitvoerig wordt geanalyseerd en vervolgens aan de hand hiervan concrete oplossingen worden aangedragen ter verbetering van de Curaçaose trustwetgeving. Met deze verbeterde versie van de Curaçaose trustwetgeving worden concrete voorstellen gedaan voor de invoering van de trust in het Nederlandse civiele recht.
Ondanks het feit dat de trust in 2012 op Curaçao is ingevoerd en op het Anglo-Amerikaanse recht is gebaseerd6, ontbreekt thans een gedegen uitwerking van de wijze waarop de Curaçaose trust dient te worden toegepast. Vanwege het feit dat de huidige memorie van toelichting op de Curaçaose trustwetgeving weinig houvast biedt, er tekortkomingen in de huidige Curaçaose trustwetgeving zijn en er tot heden geen handleiding is met betrekking tot de toepassing van de trust in het Curaçaose recht, kunnen de rechtstoepasser en de betrokkenen bij de trustrelatie voor onaangename verrassingen komen te staan met alle negatieve gevolgen van dien. Teneinde duidelijkheid te verschaffen over de werking van de trust in het Curaçaose recht en de huidige leemten in de wet op te vullen, dient dit onderzoek als een handleiding voor de rechtstoepasser en de uitvoeringspraktijk.
Voor wat betreft de trust in het Nederlandse civiele recht kan de Nederlandse wetgever dit onderzoek en de bevindingen hierin zien als een inventarisatie van de problemen die bij de inpassing van de trust kunnen rijzen waaruit Nederland lering kan trekken, rekening houdend met de eigenheid van het Nederlandse privaatrecht.