Misleidende beursberichten
Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/5.3.1:5.3.1 Inleiding
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/5.3.1
5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655920:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf schets ik in grote lijnen het materieelrechtelijk kader van het causaal verband en de schade bij aansprakelijkheid voor misleidende berichtgeving op de beurs.1 Hierbij begin ik met het onderscheiden van twee feitelijke grondslagen waarmee de belegger zijn vordering tot schadevergoeding kan onderbouwen, en ik leg daarbij uit dat de wijze waarop de belegger zijn vordering inkleedt het perspectief bepaalt dat bij het causaal verband en de schade tot uitgangspunt moet worden genomen (§ 5.3.2). Daarna bespreek ik voor beide feitelijke grondslagen het causaal verband, te onderscheiden in het csqn-verband en het toerekeningsverband (§ 5.3.3 en § 5.3.4). In aansluiting daarop sta ik kort stil bij de bewijsrechtelijke complicaties waarmee beide grondslagen gepaard kunnen gaan (§ 5.3.5). Vervolgens geef ik twee getallenvoorbeelden om het verschil tussen de twee onderscheiden feitelijke grondslagen (en het verschil in perspectief voor het causaal verband en de schade) te illustreren (§ 5.3.6). Daarna plaats ik de twee onderscheiden grondslagen in het perspectief van het begrip transactiecausaliteit zoals dat is ontwikkeld door De Jong (§ 5.3.7).2 Tot slot ga ik in op de toepassing van beide grondslagen bij prospectusaansprakelijkheid (§ 5.3.8).