Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/4.4.2.2:4.4.2.2 Beginsel van overeenstemming met hogere regelgeving
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/4.4.2.2
4.4.2.2 Beginsel van overeenstemming met hogere regelgeving
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS416288:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 4.4.2.1 is het beginsel van een coherente ordening van regelgeving besproken. Zoals opgemerkt, acht ik voor het door mij te ontwerpen beoordelingskader alleen het vereiste dat het overgangsrecht in overeenstemming moet zijn met hogere regelgeving relevant.
Voor zowel een werkingsregel als een overgangsmaatregel geldt dat hij in overeenstemming moet zijn met hogere regelgeving. Zoals beschreven in par. 4.3, is het op grond van art. 94 Gw namelijk mogelijk om formele wetgeving te toetsen aan het EVRM en het IVBPR. Uit het beginsel van een coherente ordening van regelgeving leid ik dan ook het volgende beginsel van behoorlijk overgangsbeleid af.
Beginsel 2: Overeenstemming van het overgangsrecht met hogere regelgeving
Gelet op de afbakening van dit onderzoek, beperk ik mij in de uitwerking van dit beginsel in hfdst. 6 tot de vraag welke eisen art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM en art. 1 EP EVRM aan het overgangsrecht stellen. Zoals aangegeven in par. 1.2.3, beoog ik niet een beoordelingskader te ontwerpen dat mede overgangssituaties die worden beheerst door het EU-recht dekt. Wel zal ik in voorkomende gevallen gebruikmaken van jurisprudentie van het Hof van Justitie EG inzake het communautaire rechtszekerheids-, vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel.
In hfdst. 6 zal duidelijk worden dat het beginsel van overeenstemming van het overgangsrecht met hogere regelgeving ook een materieel vereiste is. Het schept namelijk een kader voor het beantwoorden van de vraag of terugwerkende kracht is toegestaan en of een bepaalde overgangsmaatregel moet worden getroffen.